Paul Lemmens: ‘Mensenrechten zijn er voor iedereen’

Uit De Juristenkrant nr. 401 van 15 januari 2020

Eind 2019 ging Paul Lemmens, professor in Leuven maar vooral rechter in het Europees Mensenrechtenhof, met emeritaat. Veel verandert dat in de praktijk niet in zijn professionele leven. Toch was het voor De Juristenkrant de ideale aanleiding om met hem te reflecteren over grondrechten, democratie, en de staat van de rechtstaat. ‘Het Europees Hof is geen ngo die voortdurend de mensenrechten benadrukt, en geen oog heeft voor de belangen van de overheid. Er zijn eigenlijk weinig gevallen waarin het Hof een schending vaststelt. Maar voor die gevallen waar het gebeurt, is het wel belangrijk dat het Hof er is.’

Gepubliceerd op 16-01-2020

Ruth Boone

Over een mogelijke grondswetherziening en het EVRM

‘Wat mij opvalt, is dat de Grondwet van 1831 heel veel vertrouwen stelt in de wetgever. Misschien nog veel meer in de wetgever dan in de rechterlijke macht. Het EVRM vertrekt vanuit een andere invalshoek. Het wordt misschien niet zo uitdrukkelijk gezegd, maar de rol van de rechter is daar wel heel belangrijk. Voor het Europees verdrag is de rol van de wetgever niet alleen-zaligmakend, omdat wetgevers ook fouten kunnen maken. Meerderheden in parlementen hebben fouten gemaakt, dus daar legt men nu niet meer alle waarborgen bij. In 1831 was het Nationaal Congres een bevoorrechte groep mensen, die stelden vertrouwen in zichzelf. Daar zou nu eventueel wel een andere accent gelegd kunnen worden.’

‘De Grondwet is wat mij betreft nu al voldoende soepel om EVRM-conform geïnterpreteerd te worden, wat niet wegneemt dat de grondwetgever zelf, in plaats van alles over te laten aan interpretatie, een aantal accenten zou kunnen leggen.’

rechter-6
(c) Wouter Van Vaerenbergh

Over 'activistische rechters'

Hoe gaat u onder rechters om met misschien een andere visie op recht? Iedereen heeft een andere achtergrond.

‘Ik denk dat het Europees hof een instelling is waar de rechters proberen zoveel mogelijk op eenzelfde lijn te zitten. Natuurlijk, iedereen heeft zijn of haar achtergrond, en het is ook goed dat in een deliberatie de rechter van het betrokken land de context kan schetsen: ‘persoon a, de verzoeker, staat niet alleen, er zijn er duizenden in hetzelfde geval, of persoon a is nu toch wel een heel bijzonder geval in eigen land, of er is een structureel probleem in het land en daar zie je hier een illustratie van’. Het is nuttig dat we daarvan tijdens de deliberatie op de hoogte zijn.’

Worden beschuldigingen van wereldvreemde of activistische rechters besproken onder de rechters?

‘We worden daar allemaal mee geconfronteerd, in het ene land al meer dan het andere. Die kritiek kennen we goed, het is niet iets waar we iedere dag mee bezig zijn. Als er iets opvallend wordt gezegd, komt dat wel eens aan bod tijdens een informele bijeenkomst.’

Sijpelt het nooit door in een deliberatie?

‘We laten ons niet beïnvloeden door het verwijt dat we activistisch zijn, want we denken niet dat we activistisch zijn. We denken dat we rechters zijn. We zijn niet activistisch, maar we zoeken ook niet bewust de beperkte interpretatie op. We proberen het verdrag zo goed mogelijk te interpreteren. En anderen zullen dan wel uitmaken of het activisme is of judicial self restraint. Het ene óf het andere, dat is niet ons leitmotiv.’

Over de gevoeligheid voor mensenrechten

‘Wie over mensenrechten spreekt en de relevantie ervan wil aantonen, moet toch een communicatiestrategie ontwikkelen. Er is te veel gecommuniceerd door mensen die het niet goed voor hebben met mensenrechten. Da’s gemakkelijk. Je kunt altijd op excessen wijzen. De andere kant, het benadrukken van het belang van mensenrechten voor gewone mensen, is cruciaal.’

‘Een voorbeeld: ik was nog niet lang op het hof. Ik had een belastingzaak uit een Scandinavisch land. Het ging om iemand met een relatief kleine belastingschuld. Die was in een depressie beland, van het een kwam het ander, hij was een tijd uit circulatie, kon absoluut zijn eigen zaken niet meer behartigen, heeft heel de bulldozer van de belastingen over zich heen gekregen, en op den duur is zijn huis verkocht. Voor een relatief kleine belastingschuld. Dan zie je het belang van mensenrechten. Dit had bij iedereen kunnen gebeuren. Iedereen kan een ongeluk tegenkomen, en als je dan een overheid hebt die zich niet weet in te houden, en niet beseft dat er grondrechten in het spel zijn, loopt het helemaal mis. In de verhouding tot de overheid, tot de medemensen, zijn heel wat grondrechten relevant.’

  774