Lijfstraffen bij kinderen: België schendt Europees Sociaal Handvest, oordeelt Raad van Europa

LijfstraffenKinderenIn een besluit van 29 mei 2015 heeft het Europees Comité voor Sociale Rechten (ECSR) van de Raad van Europa geconstateerd dat lijfstraffen voor kinderen niet voldoende duidelijk, bindend en nauwkeurig verboden zijn onder de Belgische wetgeving of rechtspraak.
 
Het Comité, dat verantwoordelijk is voor het toezicht op de toepassing van het Europees Sociaal Handvest, wijst er ook op dat het al herhaaldelijk heeft vastgesteld dat de situatie niet in overeenstemming is met artikel 17 van het Handvest (conclusies van 2011).
 
Geweld tegen kinderen, met inbegrip van lijfstraffen, is een belangrijk misbruik van de mensenrechten van kinderen. De wet moet hen gelijke bescherming garanderen. De Raad van Europa maakt er werk van om lijfstraffen voor kinderen te verbieden in elk van haar 47 lidstaten en overheidsprogramma’s over positief opvoeden op te zetten, om zo ouders aan te moedigen om hun familie geweldvrij te maken.
 
The Association for the Protection of All Children (APPROACH), een INGO met participatieve status bij de Raad van Europa, stelde in februari 2013 klacht in bij de Raad van Europa tegen zeven lidstaten (België, Tsjechië, Frankrijk, Ierland, Italië, Cyprus, Slovenië), voor ‘het ontbreken van een expliciet en effectief verbod op alle lijfstraffen van kinderen in het gezin, scholen en andere instellingen’.
 
Het Europees Sociaal Handvest, de tegenhanger van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens op het gebied van sociale en economische rechten, is een juridisch bindend internationaal verdrag waaraan Staten moeten voldoen na ratificatie. België ratificeerde het herziene Handvest in maart 2004.

Gepubliceerd op 29-05-2015

  132