Brexit: een commentaar bij de uittrede van het Verenigd Koninkrijk

Op 1 februari 2020 heeft het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie verlaten. Peter Van Elsuwege en Merijn Chamon belichten het terugtrekkingsakkoord en de toekomstige relaties tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk. Hun bijdrage is op 12 februari 2020 verschenen in aflevering 416 van het Nieuw Juridisch Weekblad (NjW).

Gepubliceerd op 12-02-2020

Brexit

Het terugtrekkingsakkoord: een ordelijke scheiding

Op basis van het terugtrekkingsakkoord blijft het Unierecht tot eind 2020 van toepassing in en op het VK, zonder Britse vertegenwoordiging in de instellingen en organen van de EU. Deze overgangsperiode kan eenmalig verlengd worden met hoogstens twee jaar. De bedoeling is dat deze tijd gebruikt wordt om een omvattend akkoord over de nieuwe relatie te sluiten.

Eén van de grote prioriteiten voor de EU gedurende de onderhandelingen met het VK was het verzekeren van de rechten die Unieburgers die wonen en werken in het VK onder het Unierecht genieten. Het akkoord heeft dit verwezenlijkt: Unieburgers die voor het einde van de overgangsperiode hun recht op vrij verkeer naar het VK hebben uitgeoefend, behouden diezelfde rechten na afloop van de overgangsperiode. Wel moeten ze hun recht op verblijfstatus bewijzen, wat in individuele gevallen problematisch kan zijn.

Het terugtrekkingsakkoord voorziet in een monitorings- en geschillenbeslechtingsprocedure. Een centrale rol is weggelegd voor het Gemengd Comité, met vertegenwoordigers van de Europese Commissie en het VK. Dit Comité kan, mits onderlinge overeenstemming, bindende besluiten nemen om het akkoord op (niet-essentiële) punten aan te passen en geschillen op te lossen. Indien het comité geen oplossing vindt, kan een arbitragepanel worden opgericht. Opmerkelijk is dat dit panel niet kan oordelen over EU-rechtelijke vragen, maar deze moet doorverwijzen naar het Hof van Justitie. Het Hof blijft ook na het aflopen van de overgangsperiode een prejudiciële bevoegdheid behouden voor het deel van het akkoord dat de rechten van burgers uiteenzet.

De toekomstige relatie: naar een gelijk speelveld?

Op basis van de Politieke Verklaring is duidelijk dat gestreefd wordt naar de combinatie van een omvattend handelsakkoord en intense politieke samenwerking inzake veiligheidskwesties. Beide dimensies kunnen worden geïntegreerd in een overkoepelende governance-structuur, in de vorm van een associatieakkoord.

Voor wat betreft de regelgevingsaspecten is er de doelstelling om een ‘gelijk speelveld’ te creëren. De uitdaging die hier geldt, is duidelijk: als het VK van zijn (herwonnen) regelgevingsautonomie wil gebruik maken, zal het nieuwe handelsbarrières creëren. Zo niet zal het ‘autonoom’ moeten beslissen om een deel van het EU-recht over te nemen.

De auteurs

Peter Van Elsuwege is hoofddocent aan de UGent.

Merijn Chamon is assistant professor EU Law (Maastricht University).

van-elsuwege-peter
Peter Van Elsuwege
chamon-merijn
Merijn Chamon
  550