Waarom wordt het mededingingsrecht steeds complexer?

Vroeger waren er op vlak van mededinging slechts vier of vijf zaken waarmee ondernemingen in de praktijk rekening moesten houden. Intussen is het steeds complexere mededingingsrecht en de toepassing daarvan echter uitgebreid naar diverse gebieden. Meester Joost Haans geeft een praktijkgerichte update.

Gepubliceerd op 19-02-2018

Sophie Nottebaert
Product Manager bij M&D Seminars, Wolters Kluwer België
mededinging

In principe is het mededingingsrecht al jaren hetzelfde: regels voor de concurrentie tussen verschillende ondernemingen. Gedragingen die de mededinging kunnen beperken – horizontale afspraken tussen concurrenten of verticale tussen leveranciers en afnemers – zijn verboden. “Wat we zien, is dat het intussen om veel meer gaat dan enkel de klassieke kartelafspraken waarbij een bepaalde prijs werd overeengekomen”, licht Joost Haans toe.

Toenemende complexiteit

“Door de komst van e-commerce is het mededingingsrecht al een stuk complexer. Zo bekijkt men nu ook de gebruikte algoritmes. Een concreet voorbeeld: een mededingingsautoriteit onderzoekt of het verzamelen en gebruiken van gegevens zoals Facebook dat doet, wel in lijn is met het mededingingsrecht.”

Ook de mededingingsregels voor ondernemingen met een machtspositie, de zogenaamde dominante ondernemingen worden alsmaar strenger. Al is er ook een keerzijde aan de medaille: “Vroeger was het voor een dominante onderneming niet mogelijk exclusiviteitskortingen af te spreken. Nu oordeelt de Europese Commissie en het Europese Hof van Justitie dat de economische analyse – dus ook de kosten van de onderneming – in zijn geheel bekeken moet worden. De Intel-zaak heeft dat op het hoogste niveau bevestigd.”

Strenger optreden

De trend is duidelijk: mededingingsautoriteiten – in België, maar ook elders binnen Europa en zelfs wereldwijd – worden steeds actiever. “Ze voeren meer onderzoek naar de gedragingen van ondernemingen en of die in strijd zijn met het mededingingsrecht. Maar dat niet alleen, ook onderzoeken ze nu meer verschillende types gedragingen. Ze gaan dus actiever opsporen en beboeten. Bovendien is er een nauwe samenwerking en informatie-uitwisseling.”

Die boetes lopen bijzonder hoog op. Zo daverde de supermarktwereld toen de Belgische mededingingsautoriteit in 2015 achttien supermarkten en leveranciers een monsterboete van 174 miljoen euro oplegde.

Typische valkuilen

Maar waar gaan ondernemingen nu het vaakst de mist in? “Leveranciers leggen distributeurs vaak regels op in verband met internetverkoop. In de meeste gevallen blijft dat binnen de perken, maar soms gaat men er te ver in. Dit kan bijvoorbeeld te maken hebben met het stellen van eisen aan een website, het al dan niet gebruiken van internetplatformen, het gebruik van prijsvergelijkingswebsites, enz. Het probleem is dat die regels niet altijd duidelijk zijn én niet identiek worden toegepast in alle landen. Zo is men in Duitsland strenger dan in andere Europese landen, en dat terwijl het internet uiteraard geen landsgrenzen kent.”

Ook bij concentratiecontrole – fusies, overnames, joint ventures – botst men vaak op fouten. “Wanneer een partij een bepaalde omzetdrempel bereikt, dan moet de transactie aangemeld en goedgekeurd worden door de mededingingsautoriteit. Maar die drempel verschilt per land. Zelfs als je niet verplicht bent aan te melden bij de Europese Commissie, kan het zijn dat je wel in individuele landen goedkeuring moet vragen. Bovendien is dat geen evidente oefening, want de omzet moet onderverdeeld worden per land, afhankelijk van waar de klant zich bevindt. Het kan dus zijn dat een Belgische transactie zo toch ook in Nederland en Duitsland moet worden aangemeld.”

Extra drukmiddel

Meester Joost Haans windt er geen doekjes om. “Recent heeft de Belgische mededingingsautoriteit het aantal medewerkers bijna verdubbeld. Dat betekent dat men meer middelen heeft – zowel geld als mankracht – om dossiers op te volgen. Steeds meer ondernemingen zullen dus met het mededingingsrecht geconfronteerd worden.”

Doordat het mededingingsrecht steeds bekender wordt, vinden ook alsmaar meer ondernemingen de weg. Bij een vermoeden van schending leggen ze een klacht neer bij de mededingingsautoriteit. “Bovendien is het, zowel als onderneming als consument, in toenemende mate mogelijk om via civiele rechters een schadevergoeding te eisen. In België had men de weg naar de rechter nog niet echt gevonden, maar nu wordt dit actief ondersteund door de wetgeving.”

  387