Transfer pricing – service level agreement

De Wilde HermanIn Bijvoorbeeld – Modellen voor het Bedrijfsleven verscheen een model van de hand van Herman De Wilde over de transfer pricing in het kader van een service level agreement. Hierna vindt u een samenvatting van deze bijdrage van Herman De Wilde.

De globalisering van onze economie heeft er toe geleid dat groepen van ondernemingen wereldwijd opereren en vestigingen hebben die over de verschillende continenten verspreid zijn. Tussen de leden van dergelijke multinationale groepen vinden uiteenlopende transacties plaats gaande van verkoop van goederen en diensten over kredietopeningen en andere financiële verrichtingen tot overdrachten of in licentie geven van technologie (octrooi, know-how, etc.), kostenbijdrageregelingen, etc. De mate waarin en de wijze waarop deze transacties en prestaties vergoed worden, kunnen daardoor sterker beïnvloed worden door groepsbelangen eerder dan door de economische realiteit van de betrokken vennootschap zelf. De onderling aangerekende prijzen kunnen als gevolg daarvan soms sterk afwijken van deze die normaal tussen onafhankelijke vennootschappen bedongen worden. Zo zal men geneigd zijn om, door middel van de manipulatie van de onderling gehanteerde prijzen, de belastinggrondslag te verplaatsen naar landen met een lage aanslagvoet en de kosten naar landen die een hoge aanslagvoet kennen.

De fiscale impact van bepaalde intra-groep transacties kan dus wel degelijk een invloed hebben op de manier waarop deze gestructureerd worden en zijn soms bepalend voor de wijze waarop multinationals georganiseerd zijn. Wanneer men zich bijgevolg bij het uittekenen van inkomstenstromen louter laat leiden door groepsbelangen, kunnen bepaalde landen (i.e. met een hogere aanslagvoet) daarvan het slachtoffer worden daar hun inkomsten uit belastingen op winsten bijna niets of zeer beperkt zullen zijn terwijl andere landen (i.e. met een lager aanslagpercentage) een onevenwichtig deel van de winsten binnenkrijgen en dus kunnen belasten.

Om deze scheeftrekkingen te vermijden, is de OESO regels gaan vastleggen om het marktconforme karakter van groepsinterne handelingen te garanderen. Onder deze regels worden de voorwaarden die tussen groepsvennootschappen werden overeengekomen, vergeleken met deze die onafhankelijk opererende vennootschappen overeenkomen wanneer zij gelijkaardige transacties afsluiten onder dezelfde omstandigheden en voorwaarden. Bij afwijkende groepsvoorwaarden en prijszetting waarvoor geen objectieve verklaringen kunnen gegeven worden (i.e. andere functies en/of risico’s die gedragen worden), kan de belastingadministratie correcties opleggen zodat de winsten komen te vallen in deze landen waar zij normaal hadden gevallen wanneer de transacties tussen onafhankelijke vennootschappen waren tot stand gekomen. De groepsbelangen zullen zodoende geneutraliseerd worden. Deze correcties via het verrekenen van de prijzen (i.e. verrekenprijzen of transfer pricing) die verbonden ondernemingen aanrekenen voor hun intra-groepsverrichtingen, laten dus toe om prijzen vast te leggen die tussen onafhankelijke ondernemingen eveneens aanvaard zouden zijn.

Het belang van de transfer pricing is over de laatste jaren sterk toegenomen doordat de fiscale overheid van diverse landen veel meer aandacht zijn gaan besteden aan het marktconforme karakter van groepstransacties. Hiermee willen zij vermijden dat winsten ten onrechte weggehaald worden uit hun jurisdictie waardoor zij nog enkel met verlieslatende vennootschappen zouden geconfronteerd worden die geen belastingen betalen. Dergelijke bewegingen interesseren niet enkel de belastingadministraties maar leiden ook in de media tot heel wat kritische analyses en zodoende tot verontwaardiging van de publieke opinie. Zo kwam Electrabel recent nog zwaar onder vuur te liggen nadat bleek dat haar Frans moederbedrijf te hoge prijzen had aangerekend. In het Verenigd Koninkrijk kwam Starbucks zwaar op de korrel genomen omdat het de afgelopen jaren geen inkomstenbelasting betaalde op een winst van 1.3 miljard euro. Dit leidde tot boycot acties van verontwaardigde klanten en de spoorwegmaatschappij die zelfs overwoog om Starbucks koffie niet langer te verkopen op hun treinen.

Het sterk toegenomen belang van transfer pricing heeft ook in België geleid tot de invoering van specifieke wetgeving en zelfs tot de installatie van een gespecialiseerde Cel Verrekeningsprijzen die enkel focust op de transfer pricing politiek van groepen van vennootschappen. De Europese Unie heeft eveneens een aantal regels op het vlak van transfer pricing uitgevaardigd.

Gezien de steeds meer groeiende aandacht voor transfer pricing is het ook van belang dat groepen van ondernemingen hun politiek daaromtrent afdoende documenteren (onder andere in specifieke transfer pricing rapporten) en de diverse intra-groep transacties vastleggen met goed onderbouwde overeenkomsten. Een van de eerste instrumenten om zijn verdediging op te bouwen bij een eventuele controle van zijn transfer pricing politiek, ligt immers in de overeenkomst die gesloten werd tussen de verbonden vennootschappen. Bij een controle maakt dit vaak een van de eerste stukken uit die opgevraagd worden. Zij vormen een soort van eenvoudige, eerste toetssteen waarmee de administratie onmiddellijk een inzicht krijgt of er een doordachte politiek van verrekenprijzen werd uitgewerkt binnen de groep of niet. Om de toets te doorstaan, zal de overeenkomst op een marktconforme wijze moeten opgemaakt zijn en zodoende deze bepalingen bevatten die typisch in gelijkaardige overeenkomsten tussen onafhankelijke partijen vervat zitten.

Een van de meest voortkomende intra-groepstransacties die binnen de meeste multinationale groepen terug te vinden zijn, betreft het leveren van diensten waarbij juridische, fiscale en boekhoudkundige ondersteuning door een gespecialiseerde vennootschap(pen) geleverd worden zodat de andere groepsleden zich kunnen concentreren op hun kernactiviteit. Het opstellen van de dienstenovereenkomst die de relatie tussen de verbonden vennootschappen zal beheersen, moet met de nodige zorg gedaan worden zodat deze marktconform blijft en geen bepalingen bevat die normaal tussen onafhankelijke ondernemingen niet zouden opgenomen worden. De vergoeding voor deze dienstverlening zal eveneens marktconform moeten zijn rekening houdende met de risico’s die de partijen op zich nemen en de functies die ze in hun relatie vervullen. Dit gebeurt aan de hand van een transfer pricing analyse die toelaat om op basis van de risico’s en de functies die ieder van de vennootschappen opneemt, een marktconforme vergoeding vast te leggen.

Het model dat opgenomen werd in 'Bijvoorbeeld – Modellen voor het Bedrijfsleven' geeft een kort overzicht weer van de transfer-pricingregels en de wijze waarop een marktconforme vergoeding voor diensten die door of aan verbonden ondernemingen geleverd worden, bepaald wordt. Daarna wordt in detail aangegeven hoe een overeenkomst voor het leveren van intra-groep diensten, moet opgemaakt worden en welke elementen daarbij specifiek moeten overwogen worden om te verzekeren dat de overeenkomst zelf ook als marktconform wordt aanzien.


De auteur is advocaat bij QUESTA Advocaten,
 www.questa-law.be, en gastdocent aan de HUB Brussel.

Bron: Herman DE WILDE, “Transfer pricing – Service Level Agreement”, in X, Bijvoorbeeld. Modellen voor het Bedrijfsleven, afl. 144, Kluwer, Mechelen, IV. 836.-1/92, maart 2014.

De volledige tekst vindt u in Bijvoorbeeld. Modellen voor het Bedrijfsleven. Klik hier voor meer informatie over Bijvoorbeeld. Modellen voor het Bedrijfsleven, alsook voor de abonnementsvoorwaarden.

De modellen uit Bijvoorbeeld worden ook in Jura Modellen opgenomen.

Op Jura vindt u meer rechtsleer over transfer pricing.



Gepubliceerd op 23-04-2014

  278