Reiscontract

Fred Van BellinghenIn de reeks Artikel & Commentaar verscheen het boek "Reiscontract" geschreven door Fred Van Bellinghen. Naar aanleiding van de verschijning van dit boek gaf Fred Van Bellinghen een geschreven interview. Hierna volgt dit interview.

Wordt een reiscontract geregeld door een 'lex specialis'?

De Wet Reiscontract is een bijzondere wet die bij tegenstrijdigheid en/of betwisting primeert op de algemene norm, en is dus een 'lex specialis'. Sommige bepalingen van deze 'lex specialis' komen weleens onder druk te staan. Zo kent deze wet grond- en vormvoorwaarden voor de contractsluiting, met verregaande rechtsgevolgen als nietigheid en bewijsbeperking. De bedoeling ervan was de reiziger extra waarborgen te verschaffen. Dit leidt soms tot een omgekeerd resultaat zodat de reiziger in de kou blijft staan, of een reisbureau juridisch ontwapend wordt. De rechtspraak zet bij zulke vaststelling meer dan eens die voorschriften of de strenge sancties daarop opzij. Het verbintenissenrecht, bewijsrecht, of rechtsbegrippen als eisen van goede trouw en redelijkheid komen dan in de plaats. Het gemeen recht beschermt dan beter de reiziger dan de specifieke wet of roept desnoods een ogenschijnlijk zegevierende reiziger terug tot de (rechts)orde (per uitzondering dus 'lex generalis derogat legi speciali…').


Is de Wet Reiscontract ook marktregelend?

De wet legt twee expliciete verplichtingen op: een verzekering 'financieel onvermogen' en een verzekering 'burgerlijke aansprakelijkheid' afsluiten. Dit is meer een regel van marktregeling dan van eigenlijke vestigingswetgeving. Alleszins komt die verplichting ten goede aan de reiziger. De betaalde reissommen zijn dus niet altijd verloren en de reis valt bij faillissement niet automatisch in het water. Ook op andere plaatsen bepaalt de wet hoe een reisbureau moet handelen en dat is ook in zekere zin een regel van marktregeling. Zo geldt er voor de reisorganisator een strenge aansprakelijkheidsregeling met soms een betaalverplichting los van een eigen fout. Een reisorganisator moet onder andere hulp en bijstand verlenen, ook bij overmachtssituaties, en desnoods de reiziger repatriëren. Dit wordt in de sector veelal als een zware last of nadelig beschouwd. De reisbemiddelaar heeft een algemene informatieplicht (ook inzake reisverzekeringen) en een adviesverplichting. Ook dat staat in de wet. Men zou misschien die plichten kunnen omdraaien en kunnen beschouwen als een meerwaarde en promotie voor de reissector. Wie een pakketreis boekt bij of van een reisorganisator krijgt betere waarborgen dan een 'doe-het-zelver'. Wie diezelfde reis boekt bij een reisbemiddelaar geniet van extra bijstand en advies dat niet eindigt bij de boeking. De IJslandse vulkaanuitbarsting in 2010 met bijgevolg de afsluiting van het luchtruim illustreert dit perfect. Reizigers die een pakketreis zelf samenstelden en rechtstreeks boekten, betaalden soms na lang zoeken hoge sommen om huiswaarts te kunnen keren. Anderen werden gratis en op eerste verzoek thuis gebracht door de reisverzekeraar of recupereerden desnoods na gerechtelijke tussenkomst hun kosten van de reisorganisator.

Is de prijsaanduiding van reizen een vaak voorkomende inbreuk?

De reissector levert de meeste rechtspraakvoorbeelden van inbreuken op de verplichting om prijzen schriftelijk en ondubbelzinnig aan te duiden (art. VI, 3 WER) en de totale prijs aan te duiden (art. VI, 4 WER). Dit leest men althans. Een reisbrochure moet verplicht de prijs vermelden (Wet Reiscontract) anders dan reclame of te koopaanbiedingen in de WER, maar in dat geval moet dit de totale prijs zijn (art. VI, 4 WER). De combinatie van beide wetgevingen en de omstandigheid dat men niet in alle gevallen en meteen de totale prijs kan berekenen, leidt wellicht tot veelvuldige maar ook casuïstische rechtspraak. Wanneer de totale prijs afhankelijk is van varianten, die afhangen van de beslissing van de consument, is er ook geen inbreuk. Een 'vanaf-prijs' is niet noodzakelijk een misleiding (door omissie), wanneer effectief aan die 'vanaf-prijs' minstens die aangekondigde reis kan worden geboekt. Wanneer de consument zich niet kan vergissen over het juiste aanbod en wat dit aan een bepaalde eindprijs inhoudt, is er dus meestal geen probleem. Dat geldt zowel voor boekingen, klassiek uit een reisbrochure, als via internet. De reiziger mag in geen enkel geval bij de prijsaanduiding bij de neus worden genomen. De beoordeling daarvan is vaak een oordeel van het gezond verstand.



De auteur is advocaat.

Bron: Fred VAN BELLINGHEN, "Reiscontract", in Artikel & Commentaar, Mechelen, Wolters Kluwer, 2016, 239.

Klik hier om het boek "Reiscontract" van Fred Van Bellinghen te bestellen. 

Op Jura vindt u meer rechtsleer over reiscontracten.


Gepubliceerd op 21-12-2016

  218