Product- en werkwijze-octrooien

Patricia Cappuyns onderzocht de verschillen tussen octrooien op producten en werkwijzen en gaat na hoe deze tot uiting komen in wetgeving, rechtspraak en rechtsleer. Hierbij ligt de focus op het recente Europlasma-arrest van het Grondwettelijk Hof van 28 september 2017 (nr. 2017/105). In dit arrest oordeelt het Hof dat de dubbele territorialiteitsvereiste in artikel 29 §1 b) Wetboek Economisch Recht (WER) het gelijkheidsbeginsel niet schendt. Deze bijdrage verscheen in aflevering 2017/4 van IRDI.

Gepubliceerd op 19-06-2018

Product vs. werkwijze

Producten en werkwijzen zijn verschillend. Een product betreft een materieel voorwerp, een fysiek item, terwijl een werkwijze een methode is om tot een bepaald product of een bepaald resultaat te komen. Beide hangen vaak samen. De toepassing van een werkwijze leidt immers dikwijls tot een product. De uitvinder kan dan ook vaak zelf kiezen hoe hij of zij de uitvinding wil beschermen.

Het verschil tussen producten en werkwijzen vertaalt zich naar een verschil in octrooieerbaarheid en beschermingsomvang. Samengevat kan men op sommige vlakken meer doen met een productoctrooi, terwijl op andere vlakken een werkwijze-octrooi meer bescherming biedt.

Aanbod van een werkwijze en de (dubbele) territorialiteitsvereiste

Het verschil tussen producten en werkwijzen blijkt onder meer uit artikel XI.29, §1 a) en b) WER. Deze artikelen verlenen aan octrooihouders het recht om op te treden tegen, onder meer, het aanbod van een beschermd product (a) dan wel een beschermde werkwijze (b). Bij een productoctrooi leidt het aanbod op zich tot een inbreuk. Bij een werkwijze-octrooi moet hiernaast voldaan zijn aan een kennisvereiste én een territorialiteitsvereiste, zodat het aanbod moet plaatsvinden “voor toepassing op Belgisch grondgebied”.

Volgens de auteur is deze vereiste dubbel, zodat het aanbod moet worden gedaan in België, met het oog op de toepassing van de werkwijze in België. Deze interpretatie vindt bevestiging in de ontstaansgeschiedenis van artikel XI.29, §1 b) WER, de onderhandelingen voor het Verdrag van Luxemburg en het nationale Franse, Duitse en Engelse octrooirecht.

Arrest Grondwettelijk Hof

In zijn arrest van 27 september 2017 in de zaak Europlasma t. P2i oordeelt het Grondwettelijk Hof dat de interpretatie van artikel XI.29, §1 b) WER waarbij een dubbele territorialiteitsvereiste geldt bij een aanbod van een beschermde werkwijze niet ingaat tegen de principes van gelijkheid en niet-discriminatie vervat in artikelen 10 en 11 van de Grondwet.

Deze interpretatie creëert een verschil in behandeling tussen houders van product- en werkwijze-octrooien, maar het Hof acht dit verschil geoorloofd en proportioneel. Hierbij spelen het Verdrag van Luxemburg en de relevante bepalingen in het pakket betreffende het toekomstige unitair octrooi een belangrijke rol.

De auteur besluit dat het Grondwettelijk Hof terecht rekening heeft gehouden met het bredere Europese octrooilandschap. Toch blijven onduidelijkheden bestaan, zoals de vraag naar uitputting.

  294