Nieuwe herstelregeling in Belgisch octrooirecht

Beck MichaelDHalleweyn NeleMichaël Beck en Nele D'Halleweyn schreven voor het tijdschrift IRDI (nr. 2014/3) een bijdrage over de nieuwe herstelregeling in het Belgische octrooirecht. Onder octrooigemachtigden werd het gebrek aan een algemene herstelmogelijkheid lang ervaren als een pijnpunt. De invoering van een veralgemeende herstelprocedure is dan ook toe te juichen. Deze invoering kwam in een stroomversnelling door arrest nr. 2014/3 van het Grondwettelijk Hof. Hierna vindt u een samenvatting van deze bijdrage.

Lees het volledige artikel op Jura.


GwH 16 januari 2014, nr. 2014/3
In dit arrest deed het Hof uitspraak over de grondwettigheid van artikel 5 §2 Wet Goedkeuring Octrooiverdragen, dat voorzag in de nietigheid van Europese octrooien waarvan na verlening of wijziging niet tijdig een vertaling werd ingediend in een nationale taal.
De zaak betrof een Engelstalig octrooi, dat werd gewijzigd in oppositie. De termijn voor het indienen van de vertaling van het gewijzigde octrooi werd gemist, zodat het octrooi retroactief zonder gevolg werd. Het Hof oordeelde dat, nu de gewijzigde conclusies al gepubliceerd waren in het Frans en Duits, het ontbreken van de vertaling van de beschrijving de kennis van derden over de draagwijdte van het octrooi nauwelijks beïnvloedde. De sanctie – nietigheid zonder herstelmogelijkheid – was daarom een niet-proportionele aantasting van het eigendomsrecht van de octrooihouder.

Wetswijzigingen
Een veralgemening van de herstelmogelijkheden was al opgenomen in de wet van 10 januari 2011 en deze regeling werd na het arrest versneld in werking gesteld. Er was echter niets bepaald voor octrooien die in het verleden ten onrechte 'zonder gevolg' verklaard waren. De codificatie van het octrooirecht in het Wetboek van Economisch Recht werd daarom aangegrepen om in een overbruggende herstelbepaling te voorzien. Deze is gericht op vertalingen van een gewijzigd of beperkt Europees octrooi, die laattijdig aan de Dienst werden verstrekt, maar vóór 22 september 2014.

Herstel via de rechter?
Voor octrooihouders die buiten de overbruggingsregeling vallen (bijvoorbeeld wanneer de oorspronkelijke vertaling laattijdig werd ingediend), lijkt het nog mogelijk om via de rechter herstel te vragen op basis van de redenering van het Grondwettelijk Hof. De rechter mag echter zelf de werking in de tijd bepalen van de ongrondwettigverklaring van de nietigheidssanctie. Aldus zou de rechter kunnen oordelen dat het respect voor het rechtmatig vertrouwen van de maatschappij vereist dat vervallen octrooien die buiten het toepassingsgebied van de overbruggingsregeling vallen, definitief zonder gevolg blijven.

Slotbemerkingen
De nieuwe herstelregeling is een verademing voor octrooigemachtigden en octrooihouders. Enkel octrooihouders die in het verleden met een vervalsanctie geconfronteerd zijn als gevolg van een laattijdige vertaling, en die buiten het toepassingsgebied van de overbruggingsregeling vallen, lijken vooralsnog uit de boot te vallen. Het valt dan ook niet uit te sluiten dat het Grondwettelijk Hof zich in de toekomst nog zal moeten buigen over dergelijke gevallen.


Michaël Beck is octrooigemachtigde bij IPLodge. Nele D'Halleweyn is octrooigemachtigde bij Arnold & Siedsma.

Bron: Michaël BECK en Nele D’HALLEWEYN, “De nieuwe herstelregeling in het Belgische octrooirecht”, IRDI nr. 2014/3, 533-537.

De volledige tekst vindt u in IRDI. Klik hier voor meer informatie over IRDI, alsook voor de abonnementsvoorwaarden.

U kunt de tekst van Michaël Beck en Nele D'Halleweyn integraal lezen in elektronische vorm via Jura.

Op Jura vindt u meer rechtsleer over octrooirecht.


Gepubliceerd op 05-01-2015

  73