Mededeling aan het publiek

Sari DepreeuwIn Intellectuele rechten (IRDI) nr. 2016-3 verscheen een bijdrage van Sari Depreeuw met als titel "Rafael Hoteles bevestigd in Reha: secundaire mededelingen in hotels, cafés, kuuroorden en revalidatiecentra (maar niet bij de tandarts)". Hierna vindt u een samenvatting van deze bijdrage.

Lees het volledige artikel op Jura.

Sari Depreeuw bestudeerde het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie in de zaak REHA (zaak nr. C-117/15) waarin opnieuw het recht van mededeling aan het publiek onder de loep genomen werd. Hier ging het om een revalidatiecentrum dat in de wachtkamer en in de trainingsruimtes schermen had gehangen waarop televisie-uitzendingen te zien waren, zodat de patiënten enige afleiding konden genieten bij hun oefeningen of tijdens het wachten. De vraag was of dit gebruik een 'mededeling aan het publiek' uitmaakte in de zin van het auteursrecht en de naburige rechten.

Het Hof van Justitie heeft sinds het principearrest van 2006 in de zaak Rafael Hoteles (zaak nr. C-306/05) een indrukwekkend aantal prejudiciële vragen beantwoord over het recht van mededeling aan het publiek, zoals geharmoniseerd in Richtlijn nr. 2001/29 'Informatiemaatschappij' en, in mindere mate, in Richtlijn nr. 2006/15 'Verhuurrecht'. Meer dan vijftien jaar na het aannemen van deze richtlijn is er bij de nationale rechters nog veel onzekerheid over de draagwijdte van het begrip 'mededeling aan het publiek' in het auteursrecht en de naburige rechten.

In deze bijdrage wordt aan de hand van het REHA-arrest een overzicht gegeven van de bestanddelen van het recht van mededeling aan het publiek en de interpretatie die het Hof hieraan gegeven heeft. Stilaan is het Hof tot een vaste rechtspraak aan het komen, die al bij al in lijn blijft liggen van zijn eerste uitspraak in Rafael Hoteles. Zo herhaalt het Hof zijn interpretatie van de twee essentiële voorwaarden van het mededelingsrecht, de definitie van een 'mededeling' en de invulling van het 'publiek'.

Toch heeft het REHA-arrest een bijzonder belang, aangezien het arrest de notie van 'mededeling aan het publiek' in het auteursrecht en onder de naburige rechten samen bekijkt. Sinds het arrest in de zaken SCF t. Del Corso (zaak nr. 135/10) en Phonographic Performance (Ireland) (zaak nr. C-162/10) was de vraag gerezen of de 'mededeling aan het publiek' anders begrepen moest worden onder het auteursrecht en de naburige rechten van uitvoerders en producenten. Deze vraag heeft het Hof (op aangeven van de Advocaat Generaal) nu negatief beantwoord. Verder heeft het Hof ook de bijkomende voorwaarden verduidelijkt, zoals het 'nieuwe publiek' en het 'winstoogmerk'.

Bij de bespreking wordt elke voorwaarde in de context van de bestaande rechtspraak geplaatst en tot slot worden bepaalde bedenkingen geformuleerd. Zo hanteert het Hof geen duidelijke begrippen om types van 'mededelingen' aan een 'publiek op afstand' aan te duiden, zoals 'beschikbaarstelling' of 'uitzending', terwijl hieraan wel verschillende rechtsgevolgen verbonden kunnen zijn.

Algemener rijst de vraag hoe het gesteld is met de 'exploitatie' in de 'exploitatierechten'. Met het 'winstoogmerk' houdt het Hof al ergens rekening met de exploitatie van werken en ander beschermd materiaal, maar het Hof zou verder kunnen gaan en het begrip 'mededeling aan het publiek' explicieter kunnen aflijnen op de exploitatie en de aaneenschakeling van exploitaties van een werk of ander beschermd materiaal.



De auteur is advocaat.

Bron: Sari DEPREEUW, "Rafael Hoteles bevestigd in Reha: secundaire mededelingen in hotels, cafés, kuuroorden en revalidatiecentra (maar niet bij de tandarts)", IRDI 2016, afl. 3, 220-228.

De volledige tekst vindt u in IRDI. Klik hier voor meer informatie over IRDI, alsook voor de abonnementsvoorwaarden.

U kunt de tekst van Sari Depreeuw integraal lezen in elektronische vorm via Jura.

Op Jura vindt u meer rechtsleer over mededeling aan het publiek.


Gepubliceerd op 08-02-2017

  432