Marieke Wyckaert, sterke vrouw in het vennootschapsrecht

Uit De Juristenkrant nr. 403 van 12 februari 2020

Als u denkt aan Marieke Wyckaert, denkt u in de eerste plaats aan het vennootschapsrecht waarin ze incontournable is, maar wist u dat ze ook de voorzitter is van de Federatie Vrije beroepen, lid van de geschillencommissie van de Koningin Elisabethwedstrijd en oprichtster van WILL, dat vrouwen steunt die vennoot willen worden? ‘Er zitten veel vrouwen in de subtop, maar daar heb je veel minder te zeggen. WILL geeft hen tips en opleidingen. Moeder en advocaat-vennoot zijn, kàn: ik heb het zelf gedaan.’ Ons gesprek gaat over haar liefde voor het vennootschapsrecht, maar tegelijk verrassend genoeg heel weinig over het vennootschapsrecht zelf.

Gepubliceerd op 06-03-2020

Annelien Keereman
Redacteur De Juristenkrant

Waar komt die liefde voor het vennootschapsrecht vandaan? ‘Het is het recht van de samenwerking, en mensen zijn gemaakt om samen te werken. Daarnaast trof ik ook twee enthousiaste proffen op mijn pad: Jan Ronse, misschien niet de beste lesgever maar een schitterend wetenschapper, en Koen Geens, die beide was. Later ben ik bij Geens assistent geweest. Ook het feit dat veel takken van het recht in het vennootschapsrecht samen komen, vind ik interessant: je hebt verbintenissenrecht, onrechtmatige daad, financieel recht… En tot slot, ook al is dat niet alleen bij het vennootschapsrecht zo, zie je ook de onmiddellijke impact van je werk in de maatschappij. Waar het burgerlijk recht te maken heeft met de nabijheid van menselijke problemen, is het vennootschapsrecht de juridische techniek van de samenwerking.’

0803_vrouwendag_legal_wyckaertm-0182
(c) Elisabeth Broekaert

Ze behaalt haar doctoraat in 1994, met Nelissen Grade als promotor. ‘Ook hij was een uitstekende leermeester. Op dat moment heb ik nagedacht wat ik wou doen: universiteit, bedrijfsleven, advocatuur, big four… Maar ik bleek een jurist in hart en nieren, dus keerde ik terug naar de balie om zo de advocatuur te combineren met de academische wereld. Eerst was ik docent in Brussel en sinds 1997 ben ik verbonden aan de KU Leuven. Ik geef doodgraag les. In een zaak zie je altijd concreet resultaat, en dat geeft voldoening. Maar zelfs als ik moe ben, zal ik altijd tevreden zijn na het lesgeven. Voor een dossier werk je gericht, maar voor het lesgeven moet je het brede plaatje kennen. Je mag het vennootschapsrecht niet onderschatten, het is eigenlijk een vrij technische materie.’

Wyckaert wordt wel eens de ghostwriter van het nieuwe wetboek voor vennootschappen en verenigingen genoemd.  ‘[…] In 2014 werd Geens minister van Justitie en heeft hij het Belgisch centrum voor vennootschapsrecht formeel de vraag gesteld om te werken aan een nieuw wetboek. Er waren vier trekkers van het project, daar was ik er één van, maar er hebben heel veel mensen aan meegewerkt, zowel mensen uit de praktijk als uit de academische wereld. We hebben dat allemaal pro bono gedaan, of je zou kunnen zeggen: pro patria.’

"Ik heb mezelf altijd vergeleken met mijn mannelijke collega’s: als zij goed genoeg waren om vennoot te worden, dan was ik het ook."

De meeste (grotere) kantoren tellen vooral mannelijke vennoten en zijn zo geen afspiegeling van de meerderheid aan vrouwen die tegenwoordig de rechtenaula’s bevolken en stagiair worden. Een aantal jaar geleden richtte Marieke Wyckaert daarom samen met Martine De Roeck en Yvette Verleisdonck WILL op: Women in Law and Leadership, om vrouwen te steunen die vennoot willen worden. ‘We zijn ermee gestart in 2007, en publiek gegaan in 2008. Het is belangrijk om te weten dat het als vrouw oké is om te kiezen voor je carrière. Ondertussen heb ik me teruggetrokken en de fakkel doorgegeven aan jongere confraters, maar ik volg het nog wel.’ Hoe komt het dat vrouwen niet doordringen tot dat niveau van vennoot? ‘Een veelheid aan factoren. Mannen gaan bij de zoektocht naar een vennoot uit van mannelijke rolmodellen en kwaliteiten. Anderzijds deinzen vrouwen soms terug voor het harde en onregelmatige werk, soms is het een persoonlijke keuze om weg te gaan, en je moet een zekere stevigheid hebben om je staande te houden in de wereld. Er blijven ook veel vrouwen in de subtop, maar daar heb je minder inspraak. Het is vooral heel belangrijk dat je het zelf beslist. Er komt ook altijd een factor geluk bij kijken: een begripsvolle partner, kinderen die doorslapen. Ik heb mezelf altijd vergeleken met mijn mannelijke collega’s: als zij goed genoeg waren om vennoot te worden, dan was ik het ook. En ik ben vennoot geworden. Bij Eubelius doen we het ook niet zo goed, ook al zijn we actief bezig met de kwestie, het kantoor is zich ervan bewust dat dat belangrijk is.’

Nog meer interviews met sterke vrouwen?

  993