Intellectuele eigendomsrechten verankerd in Wetboek Economisch Recht

Vanovermeire Vinciane Janssens Marie-Christine Vanhees HendrikIn een speciaal nummer van IRDI (nr. 2014/2) dat volledig gewijd is aan Boek XI van het Wetboek Economisch Recht, bieden Vinciane Vanovermeire, Marie-Christine Janssens en Hendrik Vanhees een eerste kennismaking met dit nieuwe deel van het Wetboek Economisch Recht. Boek XI werd bij wet van 19 april 2014 ingevoegd in het Wetboek Economisch Recht en betreft uitsluitend intellectuele eigendomsrechten.

Lees het volledige artikel op Jura.

De bijdrage wenst de beoefenaar van intellectuele eigendomsrechten wegwijs te maken in het nieuwe juridische kader. Met de structuur van boek XI als leidraad krijgt de lezer onmiddellijk een helder beeld van de opbouw, de inhoud en de systematiek van deze nieuwe Belgische 'codex intellectuele eigendomsrechten'.

Na een inleidend hoofdstuk waarin Boek XI wordt gesitueerd in het geheel van het Wetboek Economisch Recht en waarbij aandacht wordt besteed aan de wisselwerking tussen de verschillende boeken van het Wetboek Economisch Recht, wordt ingegaan op de gevolgen die de invoering van Boek XI heeft op de huidige stand van de wetgeving inzake intellectuele eigendomsrechten. In vele opzichten kan immers niet van een zuivere codificatie van het bestaande recht worden gesproken: de wetgever heeft van de gelegenheid gebruik gemaakt om een aantal wijzigingen en nieuwigheden door te voeren.

Op deze wijzigingen en nieuwigheden wordt uiteraard de focus gericht, maar is er ook aandacht voor terminologische en technische aanpassingen van de bestaande wetgeving. In de bijdrage komen alle deelgebieden van de intellectuele eigendomsrechten aan bod. Bijzondere aandacht gaat onder meer naar de gewijzigde herstel- en regularisatieprocedure en het vernieuwde taksensysteem in het octrooirecht. Inzake het auteursrecht en de naburige rechten komen de – soms ingrijpende – wijzigingen aan bod, onder andere ingevolge de noodzaak tot omzetting van Europese verplichtingen (bijvoorbeeld de richtlijn duurverlenging), het wegwerken van rechtsonzekerheid (bijvoorbeeld in de sector van de kabeldoorgifte), de wens tot een meer efficiënte geschillenbeslechting (bijvoorbeeld via de oprichting van een regulator) en de noodzaak tot transparantie. Zo worden onder meer de nieuwe regeling inzake het volgrecht, de uitzonderingen en de bijhorende vergoedingsstelsels (uniek platform/unieke factuur/klachtenprocedure) besproken. De auteurs besteden ook aandacht aan de rechtshandhaving van de intellectuele eigendomsrechten, zowel op administratief als op gerechtelijk vlak. Daarbij komen ook de vorderingen op grond van boek XV en XVII aan bod. De bijdrage wordt afgesloten met een overzicht van diverse bepalingen, overgangsbepalingen en belicht ook de inwerkingtreding van de nieuwe wet.

 

  • Marie-Christine Janssens is hoogleraar en diensthoofd Centrum voor Intellectuele Rechten & Interdisciplinair Centrum voor Recht en ICT (KU Leuven).
  • Hendrik Vanhees is hoogleraar (UAntwerpen) en hoofddocent (UGent).
  • Vinciane Vanovermeire is rechter in de rechtbank van koophandel te Antwerpen.


Bron: Marie-Christine JANSSENS, Hendrik VANHEES en Vinciane VANOVERMEIRE, "De intellectuele eigendomsrechten verankerd in het Wetboek Economisch Recht: een eerste analyse", IRDI 2014, afl. 2, 452-528.

De volledige tekst vindt u in het IRDI. Klik hier voor meer informatie over het IRDI, alsook voor de abonnementsvoorwaarden.

U kunt de bijdrage van Marie-Christine Janssens, Hendrik Vanhees en Vinciane Vanovermeire ook integraal lezen via Jura.

Op Jura vindt u meer rechtsleer over intellectuele rechten.


 



Gepubliceerd op 03-09-2014

  341