Het ondernemingsbegrip

Met de Wet van 15 april 2018 houdende hervorming van het ondernemingsrecht stelt de wetgever een nieuw ondernemingsbegrip voorop, eveneens als algemene aanknopingsfactor voor het Wetboek van Economisch recht. De nieuwe definitie van de onderneming is de belangrijkste doelstelling van deze wet. In een tweedelige bijdrage geeft Gert Straetmans de afwijkende ondernemingsbegrippen weer. Het eerste deel van deze bijdrage is op 25 maart 2020 verschenen in aflevering 419 van het Nieuw Juridisch Weekblad (NjW).

Gepubliceerd op 25-03-2020

onderneming

Het Europese mededingingsrechtelijke ondernemingsbegrip dat voor marktpraktijken- en kartelrecht als basis gold, spoorde met voormelde uitgangspunten en bracht coherentie.

Het ondernemingsbegrip wordt pas met de Wet op de Marktpraktijken en Bescherming van de Consument van 2010 een algemene aanknopingsfactor voor regels van economisch recht. Daarbij geldt een dubbel uitgangspunt:

  • Maatschappelijke (niet-economische) activiteiten van de mens onderscheiden van de beroepsmatige (economische) activiteiten.
  • Elke entiteit die op gelijke wijze de markt betreedt, onderwerpen aan gelijke regels.

Het Europese mededingingsrechtelijke ondernemingsbegrip dat voor marktpraktijken- en kartelrecht als basis gold, spoorde met voormelde uitgangspunten en bracht coherentie.

Het nieuwe, verruimde ondernemingsbegrip bewerkstelligt geen uniformiteit. Het Wetboek van Economisch Recht blijft gekenmerkt door een veelvoud van ondernemingsbegrippen. Een interpretatie van het ondernemingsbegrip die is afgestemd op het mededingingsrechtelijke concept biedt meer perspectieven op coherentie.

De auteur

straetmans-gert

Gert Straetmans is gewoon hoogleraar Europees economisch en consumentenrecht aan de rechtsfaculteit van de Universiteit Antwerpen. Hij is directeur van het Consumer Law Institute (UA en UGent) en plaatsvervangend raadsheer in het hof van beroep te Antwerpen.

  306