Financiële diensten krijgen eigen regels voor consumentenbescherming

Een KB van 23 maart 2014 bevat specifieke regels voor het aanbieden van bepaalde categorieën van financiële diensten, die afwijken van de regels van Boek VI. ‘Marktpraktijken en consumentenbescherming’ van het Wetboek van Economisch Recht (WER).

Prijsaanduiding financiële diensten

StockHet Wetboek van Economisch Recht ( art. VI.3, § 2 ) legt aan elke onderneming die aan de consument homogene financiële diensten aanbiedt op om de prijs ervan schriftelijk, leesbaar, goed zichtbaar en ondubbelzinnig aan te duiden.

Het KB van 23 maart 2014 meldt dat deze regels niet van toepassing zijn op de prijs van beleggingsinstrumenten die te koop of ter inschrijving worden aangeboden, wanneer deze prijs niet op voorhand bepaald is. Deze uitzondering heeft enkel betrekking op de prijs van de beleggingsinstrumenten, en niet op de lasten en kosten die verbonden zijn aan hun aankoop of hun inschrijving.

Deze afwijking geldt niettemin onverminderd artikel VI.99 van het WER, waarin als oneerlijke (verboden) handelspraktijk wordt beschouwd, het bedrieglijk weglaten van essentiële informatie (inclusief de prijs) die de consumenten naargelang de context nodig hebben om met kennis van zaken een besluit over een transactie te nemen.

Prijzen in euro

Artikel VI.5 van het Wetboek vereist dat bij het aanbod aan de consument alle prijzen minstens in euro worden vermeld.

Het KB van 23 maart 2014 sluit de toepassing van deze bepaling uit voor alle financiële producten (beleggingsinstrumenten, rekeningen, verzekeringsproducten), die in een ander devies zijn uitgedrukt dan de euro. Deze uitzondering geldt voor de prijs van het product, maar niet voor de lasten en de bijhorende kosten. Zo zal een financieel instrument kunnen uitgedrukt worden in een vreemde munt, maar zullen de commissies die aan de financiële tussenpersoon verschuldigd zijn voor deze inschrijving, moeten aangeduid worden in euro, onverminderd de mogelijkheid om deze lasten en kosten in de vorm van een percentage van de prijs van het financieel product uit te drukken.

Promoties

Het WER ( art. VI.18 en art. VI.19 ) regelt ook promoties inzake prijzen, en, meer in het bijzonder de verwijzing naar de vroeger toegepaste prijs door de onderneming.

Deze bepalingen zijn niet van toepassing bij de tekoopaanbieding of aanbieding tot inschrijving aan de consument van beleggingsinstrumenten waarvan de prijs afhankelijk is van fluctuatie op de financiële markt (wisselmarkt en rentemarkt) waarop de onderneming geen enkele invloed heeft.

Deze afwijking geldt voor het aanbod van beleggingsinstrumenten, maar niet voor het aanbod van diensten die verband houden met deze instrumenten (bv. de dienst van het ontvangen en doorgeven van orders).

Onrechtmatige bedingen

Het KB van 23 maart 2014 voorziet ook enkele uitzonderingen op de regels vermeld in a rtikel VI.83, 2°, 3°, 5° en 11° van het WER. Dit artikel bevat een lijst van bedingen die als onrechtmatig moeten worden beschouwd in overeenkomsten met consumenten.

Het KB van 23 maart 2014 beschouwt volgende bedingen niet als onrechtmatig wanneer ze worden bedongen in overeenkomsten met consumenten:

  • de bedingen waardoor eenzijdig en zonder opzeg een einde kan worden gesteld aan een overeenkomst van onbepaalde duur met betrekking tot een beleggingsinstrument, in geval van geldige reden, mits de onderneming de verplichting heeft de consument hiervan op de hoogte te stellen;
  • de bedingen en de voorwaarden, of de combinaties van bedingen en voorwaarden, waarvan het doel is omschreven in artikel VI. 83, 2°, 3°, 5° en 11° van het WER (bedingen m.b.t. de vaststelling van de prijs, de leveringstermijn, of
  • de beëindiging van overeenkomsten van onbepaalde duur), als het gaat om beleggingsinstrumenten waarvan de prijs afhankelijk is van fluctuaties op de financiële markt waarop de onderneming geen enkele invloed heeft;
  • de bedingen en de voorwaarden, of combinaties van bedingen en voorwaarden, zoals bedoeld in artikel VI.83, 3° van het WER, die ertoe strekken te bepalen dat de prijs van de producten vastgesteld wordt op het moment van de levering, wanneer het gaat om overeenkomsten tot aankoop of verkoop van deviezen.



Opheffing


Het KB van 23 maart 2014 heft het ‘KB van 5 december 2000 waarbij sommige bepalingen van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument, van toepassing worden verklaard op financiële instrumenten, effecten en waarden’ volledig op.

In werking

Het KB van 23 maart 2014 (Bs 3 april 2014) treedt in werking op dezelfde dag als boek VI. van het Wetboek van Economisch Recht.

Meer weten?

Gepubliceerd op 08-04-2014

  92