De handelaar is dood: lang leve de ondernemer

Als het van de minister van Justitie afhangt, wordt het insolventierecht nog deze legislatuur van toepassing op de vrije beroepen. Dat past in de visie op de vrije beroeper als ondernemer, in de hervorming van het begrip handelaar. Aan de KU Leuven hield Jura Falconis onlangs een studienamiddag over de hervormingen. De Juristenkrant sprak erover met medeorganisator professor Joeri Vananroye. ‘Het is contraproductief geworden om als vrij beroep niet onder het insolventierecht te vallen.’

Ruth Boone


Joeri Vananroye'Minister Geens en Minister Peeters willen heel het ondernemingsrecht hervormen. Die hervorming houdt onder meer in dat de regels rond faillissement - de faillissementswet - en rond gerechtelijke reorganisatie - de wet continuïteit ondernemingen - van aparte wetten verhuizen naar het wetboek economisch recht. Maar het gaat verder dan alleen een verplaatsing. Het toepassingsgebied van de procedures wordt ook uitgebreid: het ondernemingsrecht zal niet alleen meer van toepassing zijn op handelaars, maar op alle ondernemers.’

[...]

‘Als vrije beroepen onder het faillissementsrecht zullen vallen, zal er niet zoveel veranderen voor de betrokkenen: de goederen waarop ondernemingsschuldeisers kunnen uitwinnen, worden daardoor niet uitgebreid noch verminderd. Wat wel zal wijzigen is dat die uitwinning ordentelijker en sneller kan gebeuren. Er zal een collectieve procedure zijn ten behoeve van alle schuldeisers. Het faillissement is ook een beslag op alle activa van de onderneming in één klap: dat laat toe om het ‘handelsfonds’ in going concern te verkopen als dat nuttig is. Dat ordentelijk verloop is eigenlijk de grootste verdienste. Op de studiedag was sprake van een insolvente advocatenvennootschap waarvan de vereffening na 15 jaar nog altijd niet is afgewikkeld.’

[...]

Wat gebeurt er met de dossiers van een advocaat bij een faillissement?
‘Het is alleszins niet de bedoeling dat de dossiers op e-bay verkocht worden (lacht). Er zal waarschijnlijk een uitdrukkelijke bepaling worden opgenomen dat het beroepsgeheim moet worden geëerbiedigd. Niet dat ik vrees dat zonder die bepaling het beroepsgeheim effectief zou worden geschonden, maar om pedagogische reden is zo’n bepaling in de wet nuttig. Ook zal altijd de vrije keuze van de cliënt gerespecteerd moeten worden als de activiteiten tijdens de vereffening worden overgedragen.’

[...]

Dit zijn een aantal quotes uit het artikel in De Juristenkrant. Het volledige interview kunt u lezen in De Juristenkrant (nr. 330 van 25 mei 2016), op papier of digitaal, of via Jura.

Gepubliceerd op 27-05-2016

  335