Beschrijvende merken in de Europese talen van vandaag

Wouters KatrienKatrien Wouters schreef een bijdrage voor het tijdschrift IRDI (nr. 2014/1) over beschrijvende merken in de vele talen die Europa rijk is. Daarbij tast ze de grens af tussen grote wereldtalen en minderheidstalen. Ze gaat ook na welke criteria doorheen de jaren van bepalende invloed zijn geworden. Hierna vindt u een samenvatting van deze bijdrage.

Lees het volledige artikel op Jura.

Van officiële erkenning naar opvatting van het relevant publiek
Uit artikel 4 CTMR volgt dat een sterk merk zich onderscheidt van de producten van andere ondernemingen. Voor woordmerken betekent dit concreet dat zij in geen enkele taal het door hen vertegenwoordigde product of dienst mogen beschrijven. Tot voor kort keek men bij deze beoordeling enkel naar talen die officieel erkend zijn door de EU. In het moderne Europa echter staat valt of de status van een taal evenzeer met haar aantal sprekers. De toenemende mobiliteit doet Europa inzien dat zij ook steeds meer rekening moet houden met de meertaligheid van haar burgers. In dat opzicht wordt nu gekeken zowel naar het taalniveau van native-speakers als dat van niet-native speakers. Met andere woorden, de opvatting van het relevante publiek bepaalt nu in welke mate een merk al dan niet beschrijvend is.

Europese wereldtalen versus minderheidstalen
Snel opkomende talen als Catalaans en Turks geven het relevant publiek mee een nieuwe invulling. Immers, verscheidene zogenaamde minderheidstalen kennen meer sprekers dan sommige officiële talen. Voor zover wij het begrip van het relevant publiek zien als nieuw criterium staat daarmee de deur dan ook open voor àlle minderheidstalen, ongeacht hun verspreiding. Bijgevolg wordt de grens tussen kleine officiële en grote officieuze talen wel bijzonder dun. De keuze voor dit nieuw criterium lijkt dan wel logisch, toch heeft het officieel karakter van een taal een toegevoegde waarde, aangezien zij een indicatie geeft omtrent het aantal mensen dat deze beheerst en dus impliciet van het relevante territorium.

Nieuwe criteria, nieuwe gevolgen
Met de opvatting van het publiek als maatstaf moet ook rekening worden gehouden met nieuwe beoordelingselementen. Vooreerst kunnen de lettertekens waarin het merk omschreven is leiden tot verschillende interpretaties van betekenis. Ook de manier waarop een woord wordt uitgesproken is essentieel in de beoordeling. Zo kan eenzelfde woord verschillend worden uitgesproken in verscheiden talen. Daarnaast kan de uitspraak binnen één taal echter ook verschillen afhankelijk van het gesproken dialect of zogenaamd ‘slang’. Tot slot kunnen zelfs woorden afgeleid van het Latijn leiden tot beschrijvend karakter door hun vertakking in vele Europese talen.

Conclusie
Ingevolge de unieke rijkdom aan talen in Europa moet met steeds meer talen rekening worden gehouden om het onderscheidend vermogen van woordmerken na te gaan. Deze voortdurende ontwikkeling van talen houdt ons alert voor nieuwe beoordelingscriteria.


Bron: Katrien WOUTERS, "Marks that are descriptive in languages other than English or in minority languages – Lost in translation?", IRDI 2014, afl. 1, 327-341.

De volledige tekst vindt u in het IRDI. Klik hier voor meer informatie over IRDI, alsook voor de abonnementsvoorwaarden. 

U kunt de tekst van Katrien Wouters ook integraal lezen via Jura.

Op Jura vindt u meer rechtsleer over merkenrecht.

Gepubliceerd op 06-06-2014

  160