B2B-wet: gevaar voor wilsautonomie en rechtszekerheid

De B2B-wet over onrechtmatige bedingen zal rechtsonzekerheid en een vergaande aantasting van de wilsautonomie meebrengen. Gemeen verbintenissenrecht zal finaal geen volle uitwerking meer hebben op overeenkomsten tussen ondernemingen, tenzij de rechtspraak zich zeer terughoudend opstelt of de Kamer de wet aanpast.

Gepubliceerd op 15-07-2020

De artikels 91/1 tot 91/10 van het Wetboek van Economisch Recht zullen ondernemingen vanaf 1 december 2020 beschermen tegen onrechtmatige bedingen in overeenkomsten met andere ondernemingen. Dat is het gevolg van de B2B-wet van 4 april 2019. De nieuwe Belgische regels gaan op veel punten veel verder dan de buurlanden. De mogelijke impact van de B2B-wet is dan ook nauwelijks te onderschatten.

reinhard-steennot-en-simon-geiregat
Reinhard Steennot (l) en Simon Geiregat (r)

Toepassingsgebied

De rechter zal weldra in beginsel alle bedingen in alle overeenkomsten tussen alle ondernemingen kunnen toetsen op hun kennelijk (on)rechtmatige karakter, behalve transparante kernbedingen en bedingen in overeenkomsten over financiële diensten of overheidsopdrachten. Ook individueel onderhandelde bedingen en overeenkomsten tussen grote ondernemingen komen dus in het vizier. Dit ruime toepassingsgebied levert de eerste bouwsteen voor de uitholling van de wilsautonomie.

Grijze lijst

De wetgever flankeerde het algemene verbod op onrechtmatige bedingen met een grijze lijst met bedingen waarop een weerlegbaar vermoeden van onrechtmatigheid rust. Die lijst bevat bepaalde exoneratie- en eenzijdige wijzigingsbedingen, alsook andere gangbare bedingen. Ondernemingen zullen dus moeten kiezen bij de redactie van overeenkomsten. Ofwel gaan ze voor rechtszekerheid en vermijden ze de opgesomde bedingen. Ofwel nemen ze het risico dat de rechter ex post oordeelt dat ze het tegenbewijs van de onrechtmatigheid niet kunnen leveren.

De strategie van ondernemingen zal uitmaken in hoever de B2B-wet partijen op de korte termijn concreet de vrijheid ontneemt om de inhoud van hun overeenkomsten te kiezen. Op de langere termijn zal de houding van de rechtspraak bepalend zijn. De voorbereidende werken geven meermaals aan dat de B2B-wet niet bedoeld is om afbreuk te doen aan de wilsautonomie. Het is echter maar de vraag of rechtscolleges die aanwijzingen zullen lezen als een oproep voor terughoudendheid…

Nietigheid

Er is niet alleen onzekerheid over de nieuwe B2B-wet maar ook over de nietigheidssanctie voor onrechtmatige bedingen. Zo is het onduidelijk of de rechter een beding kan herzien of reduceren tot een rechtmatig niveau. Kan dat, dan blijven de gevolgen van de sanctie al bij al beperkt. Zo niet, dan moet hij elk onrechtmatig beding schrappen uit de overeenkomst en dreigen er draconische gevolgen voor een heleboel courante bedingen.

De slotsom is dat een wetswijziging noodzakelijk is om te vermijden dat dwingende regels uit het Wetboek van Economisch Recht grotendeels de plaats innemen van fundamentele beginselen uit het oude Burgerlijk Wetboek en het voorgestelde nieuwe Nieuw Burgerlijk Wetboek.

 

Simon Geiregat - Fonds Wetenschappelijk Onderzoek | Universiteit Gent

prof. dr. Reinhard Steennot - Universiteit Gent

  344