Artikel 19bis-11, §2 WAM: botsing tussen wetgever en rechter

Het zogenaamde 'kettingbotsingartikel' (art. 19bis-11 §2 WAM) is sinds de invoering ervan het voorwerp geweest van een uitgebreide doctrine en rechtspraak. Dit artikel bepaalt in afwijking van artikel 19bis-11 §1, 7°) WAM dat, als verschillende voertuigen bij het ongeval zijn betrokken en als het niet mogelijk is vast te stellen welk voertuig het ongeval heeft veroorzaakt, de schadevergoeding van de benadeelde persoon in gelijke delen wordt verdeeld onder de verzekeraars die de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de bestuurders van deze voertuigen dekken, met uitzondering van degene wier aansprakelijkheid ongetwijfeld niet in het geding komt. Kristof Geukens legt de focus voornamelijk op de hoedanigheid van 'benadeelde persoon' in de zin van artikel 19bis-11 §2 WAM. Zijn bijdrage verscheen op 17 januari 2018 in aflevering 374 van het Nieuw Juridisch Weekblad (NjW).

Gepubliceerd op 17-01-2018

njw-374

Drie verschillende strekkingen

  • In een strikte interpretatie is het basisidee steeds geweest dat er meer dan twee voertuigen betrokken moeten zijn bij het ongeval. De rederenering is dat indien slecht twee voertuigen betrokken zijn, er minstens één van hen een fout moet gemaakt hebben. Het Grondwettelijk Hof wees deze strekking af door te stellen dat artikel 19bis-11 §2 WAM-wet ook toepassing wanneer twee voertuigen betrokken zijn.
  • Een tweede strekking houdt vast aan de doelstelling die de wetgever voor ogen had. Enkel het volledig onschuldige slachtoffer mag vergoed worden. Dit betekent echter dat deze persoon moet aantonen dat hij zeker niet verantwoordelijk is voor het ongeval. In het geval slechts twee voertuigen betrokken zijn, wordt hier een dubbelzinnigheid gecreëerd. Hoewel het niet mogelijk mag zijn na te gaan wie het ongeval veroorzaakte, moet het volledig onschuldig slachtoffer toch aantonen dat hij zeker geen fout begin.
  • Een derde strekking stelt dat ook de potentieel aansprakelijke bestuurder aanspraak kan maken op een vergoeding. Er bestaat met andere woorden geen enkele beperking wat de hoedanigheid van de benadeelde persoon betreft.

 

Doelstelling van de wetgever bevestigd in het nieuwe artikel 29ter WAM

Met de invoering van artikel 29ter WAM bevestigt de wetgever zijn oorspronkelijke doelstelling. Hij verwijst expliciet naar het onschuldige slachtoffer. Enkel de persoon die zeker niet aansprakelijk kan zijn, maakt aanspraak op een vergoeding.

Het Grondwettelijk Hof lijkt haar visie aan te passen in een recent arrest na invoering van het hogervermeld artikel. Het Hof stelt dat de bestuurders wier burgerrechtelijke aansprakelijkheid ongetwijfeld niet in het geding komt, aanspraak kunnen maken op een vergoeding. Hiermee wordt de tweede strekking bevestigt dat enkel het volledig onschuldige slachtoffer aanspraak kan maken op een vergoeding op grond van artikel 19bis-11 §2 WAM.

Het Grondwettelijk Hof en de wetgever lijken het nu eens te zijn over de hoedanigheid van benadeelde persoon. Louter de persoon die zeker niet aansprakelijk kan zijn, is gerechtigd op een vergoeding.

  1061