Woninghuur en arbitrage

Sinds kort kunnen woninghuurgeschillen in Vlaanderen en Brussel in principe niet meer worden voorgelegd aan een scheidsgerecht. De Vlaamse en de Brusselse regelgevers wensten zo de partijen te beschermen tegen arbitrageprocedures, die als duur en drempelverhogend worden beschouwd. Kevin Ongenae onderzoekt die beperkingen op de zogenaamde ‘arbitreerbaarheid’ van woninghuurgeschillen. De nadruk ligt daarbij vooral op de werking van de nieuwe regels in de praktijk. Zijn bijdrage is op 24 december 2019 verschenen in aflevering 413 van het Nieuw Juridisch Weekblad (NjW).

Gepubliceerd op 24-12-2019

Toepassingsgebied

Een eerste aspect daarbij is het toepassingsgebied van de nieuwe regels. Ondanks de schijnbaar algemene toepasbaarheid van de nieuwe arbitreerbaarheidsbeperkingen, blijken een aantal uitzonderingen te bestaan op de regel. Bovendien zijn die uitzonderingen verschillend in het Vlaamse en in het Brusselse Gewest. Deze bijdrage zet dan ook ‘de puntjes op de i’ wat het toepassingsgebied van de nieuwe regelingen betreft.

apartement

Daarbij wordt dieper ingegaan op:

  • Het temporeel toepassingsgebied van de nieuwe regelingen, met oog voor de praktische moeilijkheden die kunnen ontstaan naar aanleiding van een retroactieve toepassing;
  • Het territoriaal toepassingsgebied van beide regelingen, met aandacht voor eventuele ‘interregionale’ gevallen die zich zouden kunnen voordoen;
  • De vraag of een zgn. arbitraal compromis na het ontstaan van het geschil alsnog mogelijk is;
  • De vraag welke partij door de nieuwe dwingendrechtelijke bepalingen wordt beschermd.

Zowel de Vlaamse als de Brusselse regeling wordt vanuit die invalshoeken onderzocht.

Uitwerking

Het tweede aspect dat in deze bijdrage aan bod komt is de concrete uitwerking van de nieuwe regels. Afhankelijk van het stadium en het forum waarin de niet-arbitreerbaarheid van woninghuurgeschillen wordt opgeworpen, zijn de concrete effecten van de niet-arbitreerbaarheid verschillend. Elk van deze mogelijke uitwerkingen heeft zijn eigen finaliteit en is bovendien onderworpen aan specifieke regels. In het tweede deel wordt dieper ingegaan op de verschillende praktijkgevallen die zich wat dat betreft kunnen voordoen.

Achter de ogenschijnlijk eenvoudige regel dat woninghuurgeschillen niet vatbaar zijn voor arbitrage gaan dus een heel aantal uitzonderingen en kanttekeningen schuil. Deze bijdrage stelt de rechtspracticus ertoe in staat om wat dat betreft de nodige nuances te maken.

De auteur

ongenae-kevin

Kevin Ongenae is advocaat en doctoraal onderzoeker arbitragerecht (UGent).

 

 

  568