Voorziening in Cassatie

Frederiek Baudoncq schreef een boek over het gewijzigde Gerechtelijk Wetboek betreffende de voorziening in cassatie. Dit boek is verschenen in de reeks ‘Artikel & Commentaar’.

Gepubliceerd op 16-02-2018

baudoncq-frederiek
Frederiek Baudoncq
voorziening-in-cassatie

Met het indienen van een ‘voorziening in cassatie’ beoogt een procespartij de vernietiging van een in laatste aanleg gewezen rechterlijke beslissing wegens schending van de wet of miskenning van substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven vormvereisten. Om het Hof van Cassatie toe te laten ‘rechter van de rechterlijke beslissingen’ te zijn, bevat het Gerechtelijk Wetboek een geheel van bijzondere en specifieke procedureregels. Sinds de eeuwwisseling was de cassatieprocedure in burgerlijke en tuchtzaken evenwel het voorwerp van diverse belangrijke hervormingen. 

 

De cassatieprocedure leek aanvankelijk gespaard te blijven van een wetgevend ingrijpen in het kader van het bestrijden van de gerechtelijke achterstand.

Naderhand maakten een aantal veelbesproken zaken, in het bijzonder de ‘Fortis’-zaak, niettemin duidelijk dat het Hof van Cassatie geenszins in staat was om in het belang van de partijen en desgevallend zelfs in het algemeen belang op korte termijn uitspraak te doen. Daarnaast kwamen enkele kritische en fel bekritiseerde arresten van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens tussen over het verloop van de cassatieprocedure. Ten slotte werd het amalgaam van diverse bijzondere en specifieke regels voor het cassatieberoep in tuchtzaken steeds meer als onwerkbaar ervaren.

Deze gegevens gaven aanleiding tot een drietal belangrijke wetswijzigingen op voorstel van het Hof van Cassatie en het openbaar ministerie in het Hof van Cassatie zelf, waarmee de wetgever beoogde de cassatieprocedure te versnellen, kostenbesparend te vereenvoudigen, te moderniseren en te harmoniseren, met aandacht voor het recht van verdediging. Onder meer volgende wijzigingen komen in het boek uitgebreid aan bod:

  • de wijze van mededeling van een memorie van (weder)antwoord,
  • de mogelijkheid tot inkorting van de termijn voor het indienen van een memorie van (weder)antwoord,
  • de rol van het openbaar ministerie in de loop van de cassatieprocedure,
  • de versterking van het recht van verdediging van partijen, in het bijzonder in geval van ambtshalve middelen/gronden van niet-ontvankelijkheid,
  • de mogelijkheid tot vraagstelling voor de zitting,
  • de uitbreiding van de gevallen waarin een zaak aan een beperkte kamer kan worden toegewezen,
  • de aanpassing van de verwijzingsverplichting na cassatie en de mogelijkheid van cassatie zonder verwijzing,
  • de onmiddellijke binding van cassatiearresten,
  • de uniformisering van het cassatieberoep in tuchtzaken.
  778