Uitonverdeeldheidtreding in een familiale of relationele context

Sven Mosselmans schreef voor het Notarieel en Fiscaal Maandblad (Not.Fisc.M.) een bijdrage over de uitonverdeeldheidtreding in een familiale of relationele context. Zijn bijdrage behelst een aantal aandachtspunten inzake onverdeeldheden, uitonverdeeldheidtreding en de aanloop naar vereffening-verdeling.

Gepubliceerd op 08-11-2019

De auteur brengt de respectieve aandachtspunten onder in zestien hoofdstukken en bespreekt ze aan de hand van de meest recente rechtspraak en rechtsleer. Op die manier wordt in essentie een overzicht van rechtspraak geboden omtrent uitonverdeeldheidtreding in een familiale of relationele context.

Een eerste hoofdstuk beklemtoont de primauteit van een minnelijke vereffening-verdeling, gebeurlijk een transactionele verdeling dan wel een minnelijke vereffening-verdeling met gerechtelijke omkadering. Op de minnelijke vereffening-verdeling die een gerechtelijke vorm behoeft omdat er zich onder de deelgenoten een minderjarige en/of meerderjarige beschermde persoon bevindt, wordt nader ingegaan in het zevende hoofdstuk.

huis-vereffening-verdeling

Faalt de minnelijke vereffening-verdeling, dan is de gerechtelijke vereffening-verdeling de verplicht te volgen weg, zoals geduid in het tweede hoofdstuk.

De rechtspleging inzake gerechtelijke vereffening-verdeling wordt beheerst door de artikelen 1207-1224/2 Ger.W., zoals aangegeven in het derde hoofdstuk.

De navolgende vierde en vijfde hoofdstukken belichten respectievelijk de essentie van het bestaan van een onverdeeldheid en het lot van een conventionele onverdeeldheid.

Het zesde hoofdstuk onderscheidt het geval van concurrerende zakelijke rechten die onverdeeldheid meebrengen van de verhouding blote eigendom versus vruchtgebruik die mogelijk tot omzetting noopt. In het achtste hoofdstuk wordt nader ingegaan op de extrapolatie van de rechtspleging inzake gerechtelijke vereffening-verdeling naar de omzetting van vruchtgebruik.

Het negende hoofdstuk focust op de familierechtbank als materieel bevoegde rechtbank inzake gerechtelijke vereffening-verdeling.

Het tiende hoofdstuk behandelt (deel)akkoorden en hun verwerking in het raam van een vereffening-verdeling. Het vijftiende hoofdstuk gaat hierop verder.

Het elfde hoofdstuk heeft het over de samenvoeging van vorderingen betreffende dezelfde onverdeeldheid, terwijl het twaalfde hoofdstuk gaat over afhankelijke onverdeeldheden.

Het onsplitsbare karakter van de vereffening-verdeling en de mogelijke afzonderlijke verdeling van in het buitenland gelegen goederen komen aan bod in het dertiende hoofdstuk.

In het veertiende hoofdstuk wordt nader ingegaan op de facultatieve prealabele rechterlijke geschillenbeslechting in de aanwijzingsfase van een gerechtelijke vereffening-verdeling.

In het zestiende en laatste hoofdstuk gaat nadere aandacht naar de prealabele verkoop van onverdeelde elementen.

De auteur

Sven Mosselmans is raadsheer in het hof van beroep te Gent, familie- en jeudgmagistraat, en praktijklector aan de KU Leuven.

 

 

  242