Uitlegging, verbetering en herstel van rechterlijke uitspraken

Van Severen ClaudiaHet Gerechtelijk Wetboek bevat al sinds zijn invoering in 1967 een aantal bepalingen die gericht zijn op het herstel van een specifieke soort van ‘gebreken’ in rechterlijke uitspraken. Artikel 793 Ger.W. bepaalt dat de rechter onduidelijkheden of dubbelzinnigheden in eerder gewezen uitspraken kan uitleggen. Overeenkomstig artikel 794 Ger.W. heeft de rechter ook de mogelijkheid om materiële verschrijvingen en misrekeningen in zijn uitspraken te verbeteren. Met het oogmerk de efficiëntie van deze rechtsinstrumenten te verhogen en hun gebruik aan te moedigen, werden zij bijgesteld door de wet van 24 oktober 2013 (BS 24 januari 2014, ed. 2). Die wet bevat diverse belangwekkende en nuttige innovaties van het Gerechtelijk Wetboek die wezenlijk bijdragen tot versnelling van de rechtspleging en de tenuitvoerlegging van de uitspraak waarin die uitmondt. Ze liep zo meteen vooruit op één van de ambities van de Potpourri-wetgeving, doordat ze het nodeloos aanwenden van rechtsmiddelen voorkomt en op die manier de proceseconomie dient.

Redenen genoeg dus voor Claudia Van Severen om de pen ter hand te nemen en haar visie op de nieuwe regels uiteen te zetten in het boek ‘Uitlegging, verbetering en herstel van rechterlijke uitspraken’, verschenen in de reeks Artikel & Commentaar. Hierna volgt een geschreven interview met de auteur van het boek.

Wat zijn de belangrijkste nieuwigheden van de wet van 24 oktober 2013?

De belangrijkste wijziging vormt ongetwijfeld de uitbreiding van het toepassingsgebied van de regels van wat men de ‘rechterlijke dienst na verkoop’ zou kunnen noemen. Naast uitleggen en verbeteren van zijn uitspraken kan de rechter voortaan ook de omissie in zijn uitspraken herstellen wanneer hij naliet een of meer voor hem aangebrachte geschilpunten te beslechten (artikel 794/1 Ger.W.). Die wijziging is zeer welkom aangezien dergelijke rechtzettingen tot vόόr de wetswijziging enkel via de aanwending van een rechtsmiddel konden gebeuren, wat gelet op de daarmee gepaard gaande inzet, tijdverlies en kosten proceseconomisch niet te verantwoorden viel. Schoolvoorbeelden van gevallen die in aanmerking komen voor herstel zijn het verzuim van de rechter uitspraak te doen over de (gevorderde) interesten op schadevergoedingen, de sedert de instelling van de vordering (gevorderde) vervallen huurgelden, of nog wanneer hij een (gevorderde) schadepost als onderdeel van de vordering over het hoofd heeft gezien.

De wetgever maakte meteen van de gelegenheid gebruik om de bestaande regels inzake uitlegging en verbetering van rechterlijke uitspraken bij te stellen. Het realiseren van een meer efficiënte rechtspleging was daarbij telkens de doelstelling. Zo berust de mogelijkheid tot uitlegging en verbetering niet langer uitsluitend bij de rechter die de betrokken beslissing heeft gewezen. Voortaan is ook de beslagrechter bevoegd om uitspraken van de bodemrechter uit te leggen en te verbeteren, wanneer hij wordt geroepen daarvan kennis te nemen in het kader van een voor hem aanhangig gemaakt geschil dat tot zijn bevoegdheid behoort. Ook de procedureregels werden bijgespijkerd. Terwijl vroeger het initiatief tot uitlegging en verbetering uitsluitend in handen lag van de partijen, kan de rechter nu ook op eigen initiatief uitleggen en verbeteren. Wanneer de vraag tot uitlegging uitgaat van partijen, kan dit voortaan ook via meer gedeformaliseerde (en goedkopere) wijzen van rechtsingang dan het dagvaardingsexploot.

Is uw evaluatie van de wet van 24 oktober 2013 dan overwegend positief?

Helaas niet. Zoals dat zo vaak het geval is met een dienst na verkoop, laat ook de wet van 24 oktober 2013 inzake de rechterlijke dienst na verkoop een onvoldaan gevoel achter. Uiteraard is het een prima innovatie dat de rechter voortaan zijn eerder gewezen uitspraken kan aanvullen, wanneer hij naliet een punt van de eis te beslechten. De redactie van de nieuwe bepalingen is echter niet zo geslaagd, zodat er ongetwijfeld moeilijkheden zullen rijzen bij de toepassing ervan. Hetzelfde geldt voor de andere ingrepen. Een aantal ervan zijn ongetwijfeld zeer nuttig, maar telkens schiet de legistieke uitwerking tekort. Het soms overhaaste knip-en-plakwerk uit de Franse wetteksten, waaruit de wetgever zijn inspiratie heeft gehaald, is daar wellicht niet vreemd aan. In mijn boek heb ik alleszins gepoogd bij twistpunten telkens een duidelijk en onderbouwd standpunt in te nemen en een zinvolle invulling te geven aan de door mij vastgestelde lacunes in de wetgeving.

Verder is het jammer dat de wet geen maatregelen bevat gericht op de aanpak van de m.i. (nog steeds) niet voldoende verreikende draagwijdte van de mogelijkheden tot uitlegging en verbetering van uitspraken. De al te strikte interpretatie in de rechtspraak van de voorwaarde dat uitlegging en verbetering van een beslissing alleen kan gebeuren “zonder de daarin bevestigde rechten uit te breiden, te beperken of te wijzigen” is daarbij de boosdoener. In mijn boek wordt het pad geëffend voor een meer soepele benadering, zodat een partij niet langer genoodzaakt is haar toevlucht te nemen tot een rechtsmiddel om datgene te krijgen dat de rechter haar eigenlijk al had toegekend, op zijn minst had willen toekennen.


Voor welk publiek is uw boek bedoeld?

Mijn boek is een volledige en goed toegankelijke gids voor eenieder (advocaten, magistraten, griffiers, gerechtsdeurwaarders enz.) die met vraagstukken rond uitlegging, verbetering of een hiaat in de beslechting van een geschilpunt in een uitspraak van de rechter wordt geconfronteerd. De toepasselijke wetsbepalingen, waarvan de complexiteit en techniciteit niet mag worden onderschat, worden op systematische en bevattelijke wijze besproken. Zo wordt voor elk instrument onderzocht wanneer het toepassing kan vinden, wie de procedure kan opstarten, de wijze waarop dat moet gebeuren, het verloop van de procedure, de aard van de te wijzen beslissing met de gevolgen daarvan en de rechtsmiddelen die daartegen open staan. Tot op heden bestond er in de Belgische rechtsleer immers geen gedetailleerde en volledige studie van de besproken correctiemechanismen. Met mijn boek hoop ik die lacune te hebben ingevuld.



De auteur is assistent bij het Instituut voor burgerlijk procesrecht (UGent) en advocaat.

Bron: Claudia VAN SEVEREN, Uitlegging, verbetering en herstel van rechterlijke uitspraken, Mechelen, Wolters Kluwer, 2016, 184 p.

Op Jura vindt u meer rechtsleer over uitlegging, verbetering en herstel van rechterlijke uitspraken.


Gepubliceerd op 08-06-2016

  1195