Uitgaven en kosten

In de reeks 'Artikel & Commentaar' is het boek 'Uitgaven en kosten' van Bart Van den Bergh verschenen. Deze exhaustieve artikelsgewijze commentaar geeft een diepgaande toelichting bij de voorschriften in verband met gerechtskosten.

Gepubliceerd op 11-10-2017

uitgaven-en-kosten

In dit boek staat titel IV van Boek II van het Gerechtelijk Wetboek (kosten en uitgaven) centraal.

De summiere wettelijke bepalingen (amper 8 wetsartikels voor een nochtans essentieel luik van de civiele rechtspleging) kunnen niet anticiperen op alle juridische hinderpalen die in de rechtspraktijk opduiken. De onderscheiden deelproblemen worden dan ook behandeld en aan een grondige analyse onderworpen.

Alle mogelijke gerechtskosten (registratierechten/veroordelingsrecht, kosten van onderzoeksmaatregelen, …), inbegrepen de kosten van tenuitvoerlegging, komen aan bod.

Het hoeft geen betoog dat in dit boek de focus vooral wordt gelegd op de rechtsplegingsvergoeding, als voornaamste bestanddeel van deze gedingskosten. Naast een oplijsting van de meest voorkomende hete hangijzers uit de rechtspraktijk in dat verband (het vraagstuk van de al dan niet in geld waardeerbare vordering, gemengde vorderingen, meerpartijengeschillen, de rechtsplegingsvergoeding en de rechtsmiddelenrechter,…) wordt ook dieper ingegaan op de rechtsplegingsvergoeding in bijzondere materies (tuchtzaken, arbitrage, onteigeningszaken, wrakingsprocedures, sociaalrechtelijke procedures, administratieve procedures,…). Ook de rechtspraak van de internationale rechtscolleges (o.a. van het EHJ en het EHRM) mag niet ontbreken bij de bespreking van de rechtsplegingsvergoeding. Onder andere het arrest van 28 juli 2016 komt hierbij ter sprake.

Dit boek, dat een exhaustieve artikelsgewijze commentaar beoogt van de voorschriften inzake de gerechtskosten, beperkt zich echter niet tot de rechtsplegingsvergoeding alleen. In deze bijdrage houdt de auteur ook de regeling van het aanhouden van gerechtskosten (geregeld in art. 1021 Ger.W.) tegen het licht. Hij geeft ten slotte ook een antwoord op de vraag naar de rechtsgeldigheid van schadedingen (deze rechtsfiguur wordt nader besproken in art. 1023 Ger.W.) en de wisselwerking tussen schadebedingen en de rechtsplegingsvergoeding.


  348