Rechtspraak in een datagestuurde informatiemaatschappij

Geneviève Vanderstichele onderzoekt de invloed van informatie- en communicatietechnologieën op de wijze waarop geschillen aangepakt worden in een informatiemaatschappij, die door data gestuurd wordt en waar netwerken een basisorganisatievorm zijn. Haar bijdrage verscheen in aflevering 368 van het Nieuw juridisch Weekblad (NjW) van 18 oktober 2017.

Gepubliceerd op 18-10-2017

Informatie en communicatie behoren tot de essentie van de rechtspraak. Daarom staat in de bijdrage de vraag centraal naar de invloed van informatie- en communicatietechnologieën (ICT’s) op de wijze waarop geschillen aangepakt worden in een informatiemaatschappij, die door data gestuurd wordt en waar netwerken een basis organisatievorm zijn.

In elke samenleving blijft het essentieel een instantie te hebben waar personen openlijk over hun conflicten kunnen debatteren, waarna een beslissing genomen wordt over het geschil. In de gerechtelijke procedure kan het narratief terug in de data gebracht worden.

Om die kerntaak van de rechtspraak te kunnen behouden zijn aanpassingen nodig.

Allereerst zijn er aanpassingen aan de rechterlijke organisatie en de gerechtelijke procedures nodig. Onder invloed van ICT’s wordt de rechtbank zowel een plaats als een dienst.

  • Een drievoudig platform binnen de rechterlijke macht voor het [1] voorkomen, [2] beheren en [3] beslechten van conflicten kan de dienstverlening aan de samenleving aanzienlijk verhogen. Het maakt de werking van de rechtspraak interactief. 
  • Er moet rekening gehouden worden met een overheid die niet langer een monopolie heeft op bepaalde informatie. De overheid is gedistribueerd. De rechtspraak kan door middel van blockchaintechnologie data anders beheren. Het model waarbij in een rechtszaak vertrouwelijke informatie gedeponeerd wordt in een individueel dossier evolueert naar een model dat focust op het verzamelen, gebruiken en hergebruiken van data. De rechtsprekende instantie wordt een knooppunt in datastromen, waar informatie gecreëerd en toegevoegd wordt. 
  • De tussenkomst van de menselijke rechter wordt ondersteund door en gecombineerd met geautomatiseerde processen.

 

Er is ook een aanpassing aan de inhoud en de aard van de geschillen nodig, die een nauwe samenwerking met informatici vereisen.

  • Software is pervasief aanwezig. Kennis nemen van alle betwistingen over bewerkingen die een data-gestuurde agency mogelijk maken, behoort tot de evoluerende rol van de rechter in een informatiemaatschappij. Rechters moeten in staat zijn relevante vragen te stellen over algoritmes die gebruikt worden, zowel in gerechtelijke procedures als om rechtspraak te analyseren. Een groep rechters zal zich een grondigere kennis van informatica eigen moeten maken. 
  • Digitale technologie laat advocaat en rechtzoekende toe feiten en argumenten anders te brengen, visueel en auditief. Zogeheten ‘augmented’ of ‘uitgebreide’ en virtuele realiteit betrekken de toeschouwer in een ervaring, terwijl rechters tot nu toe opgeleid worden om van een zaak kennis te nemen door middel van woorden op papier.

 

De aanpassingen van de rechtspraak aan een datagestuurde informatiemaatschappij zullen de toetsing aan het eerlijk proces, de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter, de motiveringsplicht en het grondwettelijk delegatieverbod moeten doorstaan. 

Bij deze evolutie is maar één criterium van tel in alle aspecten van de informatisering van de rechtspraak: het belang van de rechtzoekende.


Bron: Geneviève VANDERSTICHELE, “Rechtspraak in een datagestuurde informatiemaatschappij”, NjW 2017, afl. 368, 618-635.

  775