Rechter kan achterstallige onderhoudsgelden niet meer kwijtschelden bij gerechtelijke aanzuiveringsregeling

SchuldenVoortaan kan de rechter niet langer de achterstallige onderhoudsgelden kwijtschelden in het kader van een gerechtelijke aanzuiveringsregeling of bij een volledige kwijtschelding. Dat staat in de wet van 12 mei 2014, die het gerechtelijk wetboek aanpast en de wet van 21 februari 2003 wijzigt die de dienst voor alimentatievorderingen bij de FOD Financiën opricht, om onderhoudsschulden effectief te kunnen invorderen.

De wet trekt het plafond aan netto-bestaansmiddelen op om recht te hebben op de tussenkomst van de dienst voor alimentatievorderingen (DAVO). In de hypotheekwet wordt een algemeen voorrecht op roerende goederen ingevoerd voor de onderhoudsschulden. Dat voorrecht bekleedt een voor de onderhoudsgerechtigde gunstige rang en beperkt zich tot 15000 euro om de slaagkansen van een minnelijke aanzuiveringsregeling niet al te zeer te hypothekeren.

Artikel 10 van de nieuwe wet past in het gerechtelijk wetboek artikel 1675/13, § 3, eerste streepje aan en heft deze woorden op: ‘die niet vervallen zijn op de dag van de uitspraak houdende vaststelling van de gerechtelijke aanzuiveringsregeling’. Zo heeft de rechter dus niet langer de mogelijkheid om achterstallige onderhoudsgelden kwijt te schelden bij een collectieve schuldenregeling.



Wet van 12 mei 2014 houdende wijziging van de wet van 21 februari 2003 tot oprichting van een Dienst voor alimentatievorderingen bij de FOD Financiën en tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek, met het oog op een effectieve invordering van onderhoudsschulden (1), BS 30 mei 2014.

Gepubliceerd op 04-06-2014

  668