Recht op toegang tot de rechter: financiële drempels

Wie toegang zoekt tot de rechter, wordt geconfronteerd met allerlei kosten. Toon Moonen gaat na welke impact deze financiële drempels hebben op het recht op toegang tot de rechter. Daarbij onderzoekt hij hoe bepaalde beleidswijzigingen werden geëvalueerd door het Grondwettelijk Hof en de Raad van State. Zijn bijdrage is op 23 oktober 2019 verschenen in aflevering 409 van het Nieuw Juridisch Weekblad (NjW).

Gepubliceerd op 23-10-2019

justitie

Het belang van het recht op toegang tot de rechter moet in een moderne rechtsstaat niet onderdoen voor de klassieke grondrechten. Naast een recht is de toegang tot de rechter echter ook een dienst. Diensten zijn zelden gratis en justitie is geen uitzondering. Wie toegang zoekt tot de rechter, wordt geconfronteerd met kosten van allerlei slag. De rechtszoekende die een geding aanhangig wil maken, wordt doorgaans eerst geconfronteerd met het ereloon van zijn eigen advocaat. Besluit hij om effectief in rechte te treden, dan moet hij daarvoor in principe een rolrecht betalen. Verliest de rechtszoekende dat geding, dan kan hij een rechtsplegingsvergoeding verschuldigd zijn aan de tegenpartij. Een rechtszoekende kan een deel van deze lasten ontlopen als hij voldoet aan de voorwaarden van de juridische tweedelijnsbijstand en de kosteloze rechtspleging.

Stijging van de kostprijs van justitie

De voorbije tien jaar zijn een aantal financiële drempels niettemin verhoogd. Welke impact heeft dat gehad op het recht op toegang tot de rechter? In deze bijdrage gaan we na hoe die beleidswijzigingen werden geëvalueerd door het Grondwettelijk Hof en de Raad van State. Of iemand werkelijk toegang heeft tot de rechter, zal er van afhangen of die toegang voldoende betaalbaar blijft, ook voor personen die financieel zwakker staan. Dat geldt in het bijzonder voor de rechtszoekende die (net) niet in aanmerking komt voor de rechtsbijstand en de juridische tweedelijnsbijstand.

Gecombineerde impact

Uit de analyse blijkt dat naarmate meer maatregelen werden genomen die de kosten van de rechtspleging deden stijgen, de evaluatie ervan door het Grondwettelijk Hof en de Raad van State sceptischer werd. Vooral de gecombineerde impact van de verschillende beleidswijzigingen deed de kritiek aanzwellen. Waar eerst nog waarschuwende taal werd gehanteerd, stelden recente arresten en adviezen schendingen van het recht op toegang tot de rechter en het recht op juridische bijstand vast. Die gecombineerde impact plaatste de rechters allicht ook voor uitdagingen. Het spreekt immers niet vanzelf om een situatie te beoordelen waarin alle elementen aan elkaar gekoppeld zijn, maar de rechter telkens maar met één maatregel tegelijk wordt gevat. Of een bepaalde kost de rechtspleging effectief onredelijk duur maakt, is bovendien moeilijk in abstracto te bepalen, en al zeker niet voor alle rechtszoekenden gelijk.

Geïntegreerd beleid

Wil een overheid in deze materie nog maatregelen nemen, dan doet ze er dus goed aan zelf eerst een geïntegreerde analyse te maken, het dossier met het nodige cijfermateriaal te stofferen en desgevallend het reeds bestaande systeem op andere punten tegelijk in vraag te stellen. In de mate dat de rechtspleging duurder wordt, zodat rechtszoekenden een risico lopen op hoge kosten, kan het een uitweg zijn om de rechter toe te laten om individuele procespartijen maatwerk te bieden.

De auteur

moonen-toon

Toon Moonen is docent aan de UGent en advocaat.

  566