Raad van State grondig vernieuwd

Eric BrewaeysEric Brewaeys bespreekt in detail de voor de rechtspraktijk zeer belangrijke procesrechtelijke vernieuwingen van de Raad van State (wet van 20 januari 2014). Zijn bijdrage verschijnt in 2 opeenvolgende afleveringen van het Nieuw Juridisch Weekblad (NjW) (28 mei 2014 en 11 juni 2014). Hierna vindt u een korte samenvatting van deze bijdrage.

Lees het volledige artikel op Jura.


Administratief kort geding
Het administratief kort geding werd versoepeld. Zo verdwijnt het heikele discussiepunt van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel. Het volstaat dat de verzoeker – zoals in het jurisdictioneel kort geding – aantoont dat de zaak spoedeisend is. Het 'enig verzoekschrift', waarin zowel schorsing als nietigverklaring werden gevorderd, wordt afgeschaft. Nieuw is ook dat de schorsing eveneens kan worden gevorderd in de loop van de procedure tot nietigverklaring, tot op het ogenblik waarop de auditeur zijn verslag heeft neergelegd. De Raad van State krijgt ook de mogelijkheid om, bij de beoordeling van de schorsing, op verzoek van de wederpartij aan belangenafweging te doen.

Belangrijke regels voor de advocatuur
Ook voor de advocatuur zijn er belangrijke gevolgen. Er wordt een einde gesteld aan de oude discussie over de vertegenwoordiging van rechtspersonen door een advocaat. Voortaan geldt –zoals in jurisdictionele zaken – het vermoeden van volmacht van de advocaat. De Raad van State zal voortaan ook de rechtsplegingvergoeding toekennen aan de in het gelijk gestelde partij, die vertegenwoordigd wordt door een advocaat.

Rechtsherstel
De Raad van State kan voortaan toepassing maken van de 'bestuurlijke lus'. Indien het gaat om een minimaal (en herstelbaar) gebrek kan de Raad van State, mits de verwerende partij daartegen geen bezwaar maakt, de overheid de mogelijkheid bieden dit gebrek binnen een korte termijn te herstellen. Daarna wordt de nieuwe beslissing beoordeeld. Voorts kan de Raad van State in zijn arrest, wanneer hij daartoe wordt verzocht, verduidelijken hoe de overheid een onwettigheid moet rechtzetten. Desnoods kan een termijn daartoe worden opgelegd. De mogelijkheden inzake dwangsom worden verfijnd. Deze komt voor de helft toe aan de partij die ze verkregen heeft. De Raad van State krijgt de burgerlijke bevoegdheid om vergoeding toe te kennen voor de schade die het gevolg is van de vastgestelde onwettigheid. 

Elektronische rechtspleging
De elektronische rechtspleging wordt mogelijk gemaakt door een koninklijk besluit van 13 januari 2014. De principes daarvan worden gedetailleerd uiteengezet.


De auteur is onderwijsprofessor (VUB) en staatsraad.

Bron: Eric BREWAEYS, “Raad van State. Procesrechtelijke vernieuwingen – deel 1”, NjW 2014, 426-447 en Eric BREWAEYS, “Raad van State. Procesrechtelijke vernieuwingen – deel 2”, NjW 2014, 482.

De volledige tekst vindt u in het Nieuw Juridisch Weekblad (NjW). Klik hier voor meer informatie over het Nieuw Juridisch Weekblad (NjW), alsook voor de abonnementsvoorwaarden. 

NjW kan ook gelezen worden op smartphone en tablet. Wie al een abonnement heeft op de papieren versie geniet van een voordeeltarief. Klik hier voor meer informatie over NjW mobiel. 

>>> Als u nu een jaarabonnement neemt op NjW ontvangt u gratis het volledige artikel van Eric Brewaeys in pdf-formaat. Zend hiervoor een e-mail met vermelding van alle vereiste contactgegevens voor de levering en facturatie van uw abonnement naar: njw@wolterskluwer.be.

De website van NjW: www.e-njw.be

U kunt de tekst van Eric Brewaeys ook integraal lezen via Jura.

Op Jura vindt u meer rechtsleer over de hervorming van de Raad van State.


 

Gepubliceerd op 28-05-2014

  262