Ook Nederlandstalige moet Brussels procureur kunnen worden

_DSC0096.JPGHet Grondwettelijk Hof heeft uitspraak gedaan over de vernietigingsberoepen die waren ingediend tegen de hervorming van het gerechtelijk arrondissement BHV. De bepaling die stelt dat de PDK van Brussel een Franstalig rechtendiploma moet hebben, sneuvelt. Andere bepalingen overleven de toets van het Grondwettelijk Hof wel.


Volgens het Grondwettelijk Hof is het niet redelijk verantwoord dat wie zijn rechtendiploma in het Nederlands heeft behaald, geen procureur of arbeidsauditeur in Brussel kan worden. Hetzelde geldt voor de juristen die een Frans diploma hebben en daarmee geen adjunct kunnen worden. Het taalevenwicht dat stelt dat procureur en arbeidsauditeur enerzijds, en hun adjuncten anderzijds van een verschillende taalrol moeten zijn, is voor het Hof echter niet onredelijk.

Het Hof verwerpt dus de regeling van artikel 57, 5° van de wet van 19 juli 2012 betreffende de hervorming van het gerechtelijk arrondissement Brussel, maar handhaaft wel de positie van de huidige procureur Jean-Marc Meillieur en van zijn adjunct, en van de arbeidsauditeur en diens toekomstige adjunct. Het Hof wijst daarbij op de administratieve en organisatorische moeilijkheden die een nieuwe benoemingsronde zou veroorzaken, en op de het tijdsverlies.

Ook tegen andere bepalingen uit de wet van 19 juli 2012 was een vernietigingsberoep ingesteld. Die andere bepalingen blijven overeind.
Het gaat daarbij onder andere over de verdeling 80-20 tussen Franstalige en Nederlandstalige magistraten bij de rechtbanken in Brussel. Omdat die verdeling ondertussen door de wet van 6 januari 2014 werd aangepast, vindt het Hof het beroep tegen de voorlopige kaders zonder belang.

Verder ging het over de volgende bepalingen:

  • de benoeming van ambtswege van de magistraten in en bij de nieuwe rechtscolleges, met dit voorbehoud van interpretatie dat de benoeming van ambtswege niet eraan in de weg staat dat de betrokken magistraten zich binnen drie jaar kandidaat stellen voor een ander ambt, of voor hetzelfde ambt in of bij een ander rechtscollege;

  • de verschillende aspecten van de ambtsplichten, de vorderingen en de adviezen van de procureurs des Konings en van de arbeidsauditeurs in het gerechtelijk arrondissement Brussel, met betrekking tot de rechtbanken die er deel van uitmaken;

  • de bevoegdheid van de Nederlandstalige en Franstalige arrondissementsrechtbanken ten aanzien van de vredegerechten van het administratief arrondissement Halle-Vilvoorde;

  • de bevoegdheid van de (voorzitter van de) Franstalige rechtbank van eerste aanleg van Brussel ten aanzien van vredegerechten met zetel in het administratief arrondissement Halle-Vilvoorde ingevolge een facultatief evocatierecht dat geen veto- of voogdijrecht inhoudt;

  • de detachering van Franstalige substituten, hun taalkennis en het toezicht van de procureur des Konings van Brussel;

  • de ontdubbeling van de rechtbank van eerste aanleg, de arbeidsrechtbank, de rechtbank van koophandel en de arrondissementsrechtbank van het gerechtelijk arrondissement Brussel;

  • de locatie van het parket en van het arbeidsauditoraat van Halle-Vilvoorde;

  • de toezichtsbevoegdheid van de procureurs des Konings ten aanzien van de griffiers en de medewerkers van de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg en van de Nederlandstalige rechtbank van koophandel;

  • de mogelijkheid voor de partijen die in het gerechtelijk arrondissement Brussel gedomicilieerd zijn om, overeenkomstig de bij de bestreden bepaling voorgeschreven voorwaarden, vrijwillig voor de Nederlandstalige of Franstalige rechtbanken van hun keuze te verschijnen of er een gezamenlijk verzoekschrift in te dienen;

  • de toekenning van een opdracht in een griffie of een parketsecretariaat dichter bij de woonplaats en de onmogelijkheid om een opdracht bij het parketsecretariaat van Brussel toegekend te krijgen;

  • de ontzegging van de weddebijslag aan toegevoegde magistraten die van ambtswege worden benoemd.

Gepubliceerd op 01-07-2014

  102