Misbruik van beroepsprocedures in asielwetgeving harder aangepakt (wetsontwerp)

Misbruik van de beroepsprocedures in de asielwetgeving; het blijft een groot probleem. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) ontvangt nog ieder jaar een pak ‘kennelijk onrechtmatige beroepen’. En hoewel de Vreemdelingenwet de Raad toelaat om een geldboete op te leggen bij misbruik, wordt de procedure amper toegepast (slechts 20 arresten waarin een geldboete werd opgelegd sinds 2011) wegens te ingewikkeld, te tijdrovend en te kostelijk. In de Kamer circuleert nu een wetsontwerp dat de procedure moet vereenvoudigen en efficiënter moet maken, zonder te raken aan de rechten van de verdediging.

Laure Lemmens
(foto: Mitchel Lensink)

AsielDe RvV zal in de toekomst geen aparte terechtzitting meer moeten organiseren om ‘het kennelijk onrechtmatig karakter van het beroep’ te bespreken en een beslissing te nemen over het al dan niet opleggen van een geldboete. Dit debat zal gewoon kunnen worden behandeld tijdens de terechtzitting van het beroep. Logischerwijs zal hiervan vooraf melding worden gemaakt in de kennisgeving van de beschikking tot vaststelling van de rechtsdag.

De boetevork zal nog steeds bij wet bepaald worden. Maar er wordt uitdrukkelijk benadrukt dat het de rechter is die het uiteindelijke bedrag bepaald. Hij kan daarbij rekening houden met de financiële mogelijkheden van de verzoekende partij, met de aard van de vastgestelde onregelmatigheid en de impact die het onrechtmatige beroep kon hebben gehad. De wettelijk vastgelegde boetevork zal trouwens niet langer bij KB gebeuren, maar ‘van rechtswege’. En dat voor het eerst op 1 januari 2018.

Tot slot bepaalt het ontwerp dat een afschrift van het arrest waarin het kennelijk onrechtmatig karakter van het beroep wordt vastgelegd en een eventuele boete wordt opgelegd, ter kennis moet worden gebracht van de bevoegde stafhouder en de voorzitter van het bureau voor de juridische bijstand. Iets wat in de praktijk al langer gebeurt, maar nu wettelijk wordt neergeschreven. De vaststelling dat een beroep kennelijk onrechtmatig is, kan immers ook gevolgen hebben voor de advocaat van de verzoekende partij. Die zal geen aanspraak meer kunnen maken op de toekenning van een vergoeding in het kader van de juridische tweedelijnsbijstand. Bovendien kunnen de vaststellingen die de RvV heeft gedaan ook een reden vormen om een tuchtprocedure op te starten.


 

Wetsontwerp tot wijziging van artikel 39/73-1 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, Parl. St. Kamer 2017, nr. 54K2491/001.

Gepubliceerd op 08-06-2017

  405