Kan Raad van State omvang van schadevergoeding zomaar beperken?

Stefan SomersDe Raad van State kan een vergoeding toekennen voor minder dan de gehele schade. Omdat dit anders is dan wat de civiele rechter kan toekennen op grond van artikel 1382 BW onderzoekt Stefan Somers of hier sprake is van een schending van het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel. Zijn bijdrage verscheen in aflevering 328 van het Nieuw Juridisch Weekblad (NjW) van 14 oktober 2015. Hierna vindt u een samenvatting van deze bijdrage.

Bevoegdheid van de Raad van State om beperkte vergoedingen toe te kennen
Sinds de zesde staatshervorming kunnen verzoekers of tussenkomende partijen die bij de Raad van State de vernietiging van een administratieve handeling vorderen, de Raad ook verzoeken om hen een 'schadevergoeding tot herstel' toe te kennen. Op die manier moeten zij geen nieuwe procedure bij de burgerlijke rechter instellen. Zij sparen daardoor tijd en wellicht ook veel kopzorgen uit.

Maar zoals dat gaat, kunnen er geen rozen zonder doornen zijn: aan de nieuwe bevoegdheid van de Raad van State is voor de verzoekers ook een nadeel verbonden. Als de Raad van State een 'schadevergoeding tot herstel' toekent, dan kan de Raad de omvang hiervan verminderen omwille van billijkheidsredenen. Als iemand dus een schadevergoeding tot herstel bij de Raad van State vordert, dan kan het zijn dat hij geen vergoeding zal krijgen voor zijn gehele schade. Omdat hij bij de burgerlijke rechter wel een vergoeding voor al zijn schade zou kunnen verkrijgen, rijst de vraag naar de verzoenbaarheid met het gelijkheidsbeginsel.

Toets aan het gelijkheidsbeginsel
Uit deze bijdrage blijkt dat het antwoord op deze vraag op het eerste gezicht negatief lijkt te zijn. Personen kunnen zelf kiezen of ze zich al dan niet tot de Raad van State dan wel tot de burgerlijke rechter wenden. Aan beide procedures zijn voor- en nadelen verbonden. Het lijkt er dan ook op dat hoewel mensen in de twee procedures verschillende behandeld worden, dit niet strijdig kan zijn met het gelijkheidsbeginsel omdat de verschillen in behandeling niet disproportioneel zijn.

Toch wordt in deze bijdrage aangetoond dat er zich een probleem zou kunnen voordoen, niet zozeer omwille van het feit dat de Raad van State een beperktere genoegdoening kan toekennen, maar wel omdat hij over een discretionaire bevoegdheid zou beschikken om te bepalen of hij al dan niet een beperktere genoegdoening toekent en ook hoe beperkt de genoegdoening zal zijn. Door het ontbreken van enige houvast omtrent de mogelijke omvang van de vergoedingen, kan men immers moeilijk hard maken dat de verzoekers op een beredeneerde manier kunnen kiezen om zich al dan niet tot de Raad van State dan wel de burgerlijke rechter te wenden.

Nood aan duidelijke criteria
De bijdrage besluit dan ook met het advies om snel vaste criteria uit te werken en suggereert dat de Raad van State bijvoorbeeld zou kunnen aannemen dat hij wel de volledige materiële schade vergoedt, maar niet de immateriële schade.



De auteur is mandaatassistent bij de VUB.

Bron: Stefan SOMERS, “Discretionaire bevoegdheid Raad van State om omvang schadevergoeding te bepalen. Toetsing aan het gelijkheidsbeginsel”, NjW 2015, afl. 328, 618-625.

De volledige tekst vindt u in het Nieuw Juridisch Weekblad (NjW). Klik hier voor meer informatie over het Nieuw Juridisch Weekblad (NjW), alsook voor de abonnementsvoorwaarden.

NjW kan ook gelezen worden op smartphone en tablet. Wie al een abonnement heeft op de papieren versie geniet van een voordeeltarief. Klik hier voor meer informatie over NjW mobiel.

>>> Als u nu een jaarabonnement neemt op NjW ontvangt u gratis het volledige artikel van Stefan Somers in pdf-formaat. Zend hiervoor een e-mail met vermelding van alle vereiste contactgegevens voor de levering en facturatie van uw abonnement naar: njw@wolterskluwer.be.

De website van NjW: www.e-njw.be

Op Jura vindt u meer rechtsleer over de bevoegdheid van de Raad van State.


Gepubliceerd op 14-10-2015

  208