Juridische tweedelijnsbijstand wijzigt (ten laatste) op 1 september

Uiterlijk op 1 september 2016 wordt het nieuwe systeem van de juridische tweedelijnsbijstand van kracht. Daarbij staan het evenwicht tussen de toegang van de rechtzoekende tot het gerecht en een billijker vergoeding voor de betrokken advocaten centraal.

Laure Lemmens


De wetgever voert een tiental grote aanpassingen door om ervoor te zorgen dat iedereen die écht nood heeft aan bijstand er ook effectief beroep op kan doen. Er komt daarom een diepgaand onderzoek naar de bestaansmiddelen van de aanvragers. Maar er werd ook gesleuteld aan de kwaliteit van het systeem met aandacht voor de aanpak van misbruiken en een correcte financiering van de advocaten. De rol van de Orde van advocaten wordt in de toekomst ook een pak groter.

Lijst advocaten

De Orde van advocaten zal een lijst opstellen met de advocaten die prestaties wensen te verrichten in het kader van de juridische tweedelijnsbijstand en die up to date houden. De Orde kan advocaten ook verplichten om zich in te schrijven wanneer dat noodzakelijk is voor de doeltreffendheid van de bijstand.
Daarnaast zal de Orde nauw toezien om de prestaties die worden verricht. Bij tekortkomingen zullen er sancties kunnen worden opgelegd zoals schrapping of weglating van de lijst.

Systeem beperkt

Het systeem van de juridische tweedelijnsbijstand wordt beperkt tot wie het écht nodig heeft en dus onvoldoende middelen heeft om zelf een advocaat te kunnen betalen. Het onderzoek naar ‘inkomsten’ is vandaag eerder beperkt. Vanaf september zullen echter àlle bestaansmiddelen worden nagekeken: zowel inkomsten uit arbeid en roerende goederen, als inkomsten uit spaargelden, onroerende goederen, kapitalen, enz. Het bureau voor juridische bijstand zal hiervoor gerichte controles uitvoeren. Onontvankelijke en ongegronde aanvragen worden geweigerd.
De beslissing van het bureau waarbij gedeeltelijke of volledig kosteloze bijstand wordt verleend, vorm het bewijs van ontoereikende bestaansmiddelen. Een jaar na die beslissing kan het bureau voor rechtsbijstand of de rechter die de rechtsbijstand verleent nagaan of de voorwaarden van ontoereikende bestaansmiddelen nog steeds gelden.

Inkomsten van derden

Wie kan rekenen op de tussenkomst van ‘een derde betaler’, zoals bijvoorbeeld een overeenkomst van rechtsbijstandsverzekering, komt niet in aanmerking voor rechtsbijstand. Maar het spreekt voor zich dat wanneer die verzekering de kosten van de bijstand niet integraal dekt, de rechtszoekende wel juridische tweedelijnsbijstand kan vragen voor de kosten die niet ten laste worden genomen door de ‘derde betaler’.

Vergoeding

De advocaten krijgen de mogelijkheid om een vergoeding aan te rekenen wanneer hun optreden ertoe geleid heeft dat de begunstigden geldsommen heeft ontvangen die, indien ze voorhanden waren op de dag van de aanvraag van de juridische tweedelijnsbijstand, hem niet in aanmerking hadden laten komen voor het systeem.
Het bureau voor de juridische bijstand stelt het bedrag vast.

Bijdrage van de begunstigden

Wie in aanmerking komt voor gedeeltelijke of volledig kosteloze juridische tweedelijnsbijstand moet voortaan een forfaitaire bijdrage betalen per aanleg voor elke gerechtelijke procedure waarin hij door de aangestelde bijstandsadvocaat wordt verdedigd. Hoeveel die bijdrage precies bedraagt, is voorwerp van een later KB. Het Gerechtelijk Wetboek houdt vast aan een minimum van 10 euro en een maximum 50 euro.
De persoon die gedeeltelijk kosteloze bijstand geniet, betaalt naast dit bedrag een bijkomende bijdrage afhankelijk van zijn bestaansmiddelen, behalve in geval van opvolging van advocaten. Ook hier bepaalt een later KB de details.
Advocaten mogen pas optreden wanneer ze de bijdragen hebben ontvangen. Al gelden er wel een aantal vrijstellingen. Niet iedereen hoeft de bijdragen te betalen. Minderjarigen, geesteszieken, Staatslozen, mensen zonder bestaansmiddelen, enz. zijn de bijdrage niet verschuldigd.

Nomenclatuur prestaties

Bedoeling is om de volledige nomenclatuur voor de betaling van de prestaties te herzien om punten op een rechtvaardige manier te kunnen toekennen. Bij de vergoeding moet voortaan rekening gehouden worden met de eventuele kosten en vergoedingen die de advocaat kan innen in het kader van de juridische bijstand en de algemene regels over de rechtsplegingsvergoeding. Advocaten die een vergoeding krijgen op basis van de geldsommen die ze hebben verkregen voor hun cliënt zullen bijvoorbeeld geen punten krijgen. En het bureau zal het aantal punten kunnen verminderen voor dossiers waarin de advocaat een rechtsplegingsvergoeding heeft ontvangen.
De basis voor de nieuwe puntentelling wordt al in het Gerechtelijk Wetboek voorzien, maar de materie zal worden geregeld via een mb. Dat zal in de plaats komen van het mbvan 5 juni 2008 tot vaststelling van de lijst met punten voor de prestaties verricht door advocaten belast met gedeeltelijk of volledige kosteloze juridische tweedelijnsbijstand. Ook het kb van 20 december 1999 over de vergoeding van advocaten in het kader van de juridische tweedelijnsbijstand zal worden aangepast.

Toekomstige wijzigingen

De wetgever werkt ook aan een hervorming van de financiering van het systeem. Zo zal er een fonds worden opgericht dat zal worden gespijsd met heffingen op penale boetes. Daarnaast zullen er maatregelen worden genomen om de rechtsbijstandsverzekering aantrekkelijker te maken.

Ten laatste 1 september

Wanneer de wet van 6 juli 2016 in werking treedt, wordt later duidelijk bij KB. Al zal dat uiterlijk op 1 september 2016 zijn.

Bron: Wet van 6 juli 2016 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de juridische bijstand, BS 14 juli 2016.

Powered by Jura 

Gepubliceerd op 27-07-2016

  215