Nationaal register gerechtsdeskundigen zal autonomie van magistraten verminderen

De wetgever heeft sinds 2014 de wettelijke bepalingen over het gerechtelijk deskundigenonderzoek tot vier keer toe gewijzigd. De voornaamste wijziging is de invoering van een nationaal register voor gerechtsdeskundigen en beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken. De wet van 10 april 2014 is in werking getreden op 1 december 2016 maar werd al grondig aangepast door de wet van 19 april 2017. Toon Lysens en Luc Naudts hebben de totstandkoming van de wetten van nabij gevolgd en er een boek over geschreven in de reeks Nieuwe Wetgeving van Wolters Kluwer. Wij hadden een gesprek met de auteurs.

lysens-naudts

Brengen de wetten van 10 april 2014 en 19 april 2017 grote veranderingen teweeg?

'Op het eerste gezicht zijn de aanpassingen in het Gerechtelijk Wetboek eerder beperkt. Het gaat enkel om de keuze van de deskundige. De magistraten zijn niet langer vrij in hun keuze maar moeten een deskundige aanstellen uit het nationaal register tenzij daarin niemand beschikbaar is.'

'Het register wordt beheerd door de FOD Justitie. Aan het eigenlijke verloop van het onderzoek wordt niet geraakt. Op korte termijn zal ook bij de aanstelling niet veel veranderen. De meeste deskundigen die nu actief zijn, kunnen gebruik maken van een overgangsperiode van vijf jaar, en zij voldoen ook meestal aan de voorwaarden om in het register opgenomen te worden.'

'Na verloop van tijd zal de impact van deze wetwijzigingen groter zijn. Niemand kan nog starten als gerechtsdeskundige zonder te voldoen aan de voorwaarden en zonder de procedure tot opname te doorlopen. Naarmate het register beter wordt ingevuld, zal er voldoende keuze zijn zodat de mogelijkheid om nog iemand buiten het register aan te stellen afneemt. Belangrijk in deze zal de houding van de magistratuur zijn. Neemt zij afstand van de eigen historisch gegroeide en informele lijsten en vertrouwde deskundigen? Op termijn zal de nieuwe regeling alleszins leiden tot een professionalisering van het korps van gerechtsdeskundigen.'

Krijgen de deskundigen nu een statuut?

'De gerechtsdeskundigen krijgen dat niet. De wetgever is niet zo ver willen gaan om een instituut voor de gerechtsdeskundigen op te richten of hen een statuut te geven. Het lijkt ook niet wenselijk. Wie ingeschreven wordt in het register mag de titel van gerechtsdeskundige dragen en gebruiken in zijn professionele contacten. Hij legt bij zijn aanstelling eenmaal de eed af en is vanaf dan een “beëdigd” gerechtsdeskundige. Daardoor is hij ook gebonden aan de deontologie die bij kb van 25 april 2017 werd vastgesteld. Aan zijn verloning, sociaal statuut en dergelijke is niets veranderd.'

Zal de kwaliteit van de gerechtsdeskundigen beter gewaarborgd zijn?

'De voorwaarden voor opname in het nationaal register zijn ongetwijfeld een eerste stap naar meer kwaliteit. Het is geen sinecure om kwaliteitscontrole te doen bij gerechtsdeskundigen die verspreid zijn over tientallen domeinen met daarin talrijke specialiteiten.'

'De deskundige moet vooreerst zijn bekwaamheid bewijzen met een diploma en een beroepservaring van minimaal vijf jaar. De tweede voorwaarde is dat hij een grondige juridische opleiding volgt. Uiteraard garanderen die voorwaarden niet dat iemand een goede kwaliteitsvolle gerechtsdeskundige is. De verplichting tot permanente vorming en de mogelijkheid tot schorsing of schrapping bij tekortkomingen zullen in de toekomst bijdragen tot kwaliteitsverbetering. Daarbij kan de magistratuur als voornaamste gebruiker van het register een belangrijke rol spelen. Zij kan informatie doorgeven aan de dienst nationaal register. De magistraten zetelen ook in de aanvaardingsommissie die initiatief kan nemen om sancties op te leggen.'

De wetten van 10 april 2014 en 19 april 2017 hebben ook betrekking op de beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken. Zijn er dan twee registers?

'Volgens de strikte bepalingen zijn er twee registers. De werking van beide is echter parallel zodat in feite één databank wordt opgebouwd met aparte toegangsvoorwaarden. Ook de inhoudelijke  gegevens zijn licht verschillend. Sinds de wetswijziging van 19 april 2017 zijn beide registers publiek toegankelijk. Dat is belangrijk omdat voortaan iedereen beroep moet kunnen doen op een beëdigd vertaler ingeschreven in het nationaal register als een beëdigde vertaling vereist is.'

Zijn er naast de invoering van een nationaal register nog andere wijzigingen?

'De andere wetswijzigingen zijn minder ingrijpend. De wet van 8 juni 2017 heeft de coördinerend deskundige ingevoerd. Die kan aangesteld worden in omvangrijke en ingewikkelde procedures om de werking van de verschillende deskundigen te coördineren. Daarbij wordt vooral gedacht aan incidenten of rampen met grote menselijke en materiële schade.'

'Ook de wrakingsgronden werden aangepast en de tegenstrijdigheid van belangen werd uitdrukkelijk als wrakingsgrond toegevoegd. Daarnaast moet de deskundige nu zelf bij zijn aanstelling aangeven dat er mogelijk feiten of omstandigheden bestaan die kunnen doen twijfelen aan zijn onafhankelijkheid of onpartijdigheid.'


T. Lysens, L. Naudts, "Wet van 10 april 2014 tot instelling van een nationaal register van gerechtsdeskundigen, beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken, zoals gewijzigd bij de wet van 19 april 2017", Wolters Kluwer, 2017, 420p.

  1280