Hoger beroep tegen arbitrale uitspraak mag toegang tot vernietigingsprocedure in de feiten niet ontzeggen

Marijn De Ruysscher schreef een annotatie in het tijdschrift voor Procesrecht en Bewijsrecht/Revue de Droit Judiciaire et de la Preuve bij het arrest van het Hof van Cassatie van 7 november 2019 m.b.t. de toegang tot de vernietigingsprocedure in arbitrage.

Gepubliceerd op 19-01-2021

België is een van de weinige landen die partijen toelaat om contractueel het recht uit te sluiten om een vernietigingsberoep tegen een arbitrale uitspraak in te stellen. Deze mogelijkheid bestaat weliswaar uitsluitend wanneer geen van de partijen een natuurlijk persoon met de Belgische nationaliteit is of woonplaats of gewone verblijfplaats in België heeft, dan wel in geval van een rechtspersoon, wanneer deze zijn statutaire zetel, voornaamste vestiging of bijkantoor niet in België heeft.

arbitrage

Deze regel is van openbare orde en het doel is dat partijen die een band hebben met België niet geldig op voorhand afstand kunnen doen van een vernietigingsprocedure.

Een andere regel van de Belgische arbitragewetgeving is dat hoger beroep tegen een arbitrale uitspraak enkel mogelijk is indien partijen uitdrukkelijk dergelijke optie in hun arbitrageovereenkomst hebben opgenomen. Indien partijen dit hebben gedaan, dan moet dergelijk beroep eerst worden uitgeput, bij gebreke waaraan het vernietigingsberoep onontvankelijk zal zijn.

In de zaak die geleid heeft tot het arrest van het Hof van Cassatie van 7 november 2019 waren beide partijen bij de arbitrageovereenkomst Belgische ondernemingen. Verweerster werd in de arbitrale uitspraak veroordeeld om een bedrag in hoofdsom van EUR 40.850 te betalen. De arbitrageovereenkomst voorzag een beroepsmechanisme bij een bepaald comité waarbij verweerster dan ook hoger beroep instelde. Dit comité vereiste evenwel eerst de betaling van een provisie van EUR 15.207 die verweerster weigerde te betalen. Als gevolg hiervan werd het hoger beroep geacht te zijn ingetrokken.

In de plaats daarvan heeft verweerster een verzoek tot nietigverklaring van de arbitrale uitspraak bij de bevoegde rechtbank ingediend. Deze rechtbank verklaarde het verzoek ontvankelijk, niettegenstaande het feit dat het hoger beroep niet was uitgeput. Eiseres tekende cassatieberoep aan tegen deze beslissing.

Het Hof van Cassatie heeft geoordeeld dat het verbod tot het uitsluiten van de vernietigingsprocedure voor partijen met een band met België zich uitstrekt tot bepalingen waarbij aan de partijen de facto de toegang tot de vernietigingsprocedure wordt ontzegd. Zulks is volgens het Hof van Cassatie het geval wanneer aan het uitputten van de rechtsmiddelen voorafgaand aan een vordering tot vernietiging van de arbitrale uitspraak, kennelijk onredelijke financiële voorwaarden worden gesteld.

Het Hof van Cassatie heeft de uitspraak van de rechtbank van eerste aanleg dan ook niet vernietigd, al kunnen hier wel enkele bedenkingen bij worden geformuleerd.

De auteur

de-ruysscher-marijn-2

Marijn De Ruysscher - Advocaat bij Lydian

  132