Gewijzigde benoemingsprocedure voor gerechtsdeurwaarders

Peter FlameyGrergory VerhelstPeter Flamey en Gregory Verhelst bespreken in afl. 345 van het Nieuw Juridisch Weekblad (NjW) van 29 juni 2016 de wet van 7 januari 2014 die een nieuwe benoemingsprocedure voor gerechtsdeurwaarders invoerde. Daarbij houden ze rekening met de recente rechtspraak van de Raad van State. Hierna vindt u een samenvatting van deze bijdrage.

Het statuut van de gerechtsdeurwaarders werd grondig hervormd met de wet van 7 januari 2014. Het nieuwe statuut gaat uit van vier krachtlijnen:

  • een modernisering en objectivering van het benoemingsproces,
  • een opwaardering van het statuut van de kandidaat-gerechtsdeurwaarder,
  • het garanderen van de continuïteit van de kantoren
  • de invoering van een nieuw tuchtrecht.

 
De benoemingsprocedure wordt geobjectiveerd naar het model van de bestaande procedures voor magistraten en notarissen. De benoeming tot kandidaat-gerechtsdeurwaarder gebeurt voortaan na een vergelijkend examen, georganiseerd door een evenwichtig samengestelde benoemingscommissie. Voor de benoeming tot gerechtsdeurwaarder werd geen vergelijkend examen ingevoerd, maar wordt de rangschikking voortaan eveneens opgemaakt door een benoemingscommissie. De (gecontesteerde) rol van de arrondissementskamers van de gerechtsdeurwaarders verkleint daardoor.

Benoemingscommissies

Voortaan wordt in het benoemingsproces een centrale rol toebedeeld aan een evenwichtig samengestelde benoemingscommissie. Er wordt een Nederlandstalige en een Franstalige benoemingscommissie opgericht. Beide commissies vormen samen de verenigde benoemingscommissies voor gerechtsdeurwaarders. Elke benoemingscommissie bestaat uit zes effectieve leden:

  • een magistraat;
  • drie gerechtsdeurwaarders uit drie verschillende gerechtelijke arrondissementen;
  • een hoogleraar of docent aan een faculteit rechtsgeleerdheid;
  • een extern lid met een relevante beroepservaring.

Om geldig te beraadslagen en te beslissen, moet een meerderheid van de leden van de benoemingscommissie aanwezig zijn. De beslissingen worden bij gewone meerderheid van stemmen genomen.

Benoeming tot kandidaat-gerechtsdeurwaarder

De enkele homologatie van de stage volstaat niet meer om de titel van kandidaat-gerechtsdeurwaarder te voeren. Er wordt een vergelijkend examen ingevoerd om benoemd te worden tot kandidaat-gerechtsdeurwaarder. Het vergelijkend examen bestaat uit een schriftelijk en een mondeling deel. Het programma voor elk gedeelte wordt opgesteld door de verenigde benoemingscommissies, goedgekeurd bij ministerieel besluit en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Enkel de kandidaten die op het schriftelijke gedeelte minstens 60% van de punten behaald hebben, worden opgeroepen voor het mondelinge deel.

Op basis van de examenresultaten wordt een voorlopige rangschikking opgemaakt. Bij de opmaak van de definitieve rangschikking wordt ook rekening gehouden met het advies van de procureur des Konings. In de definitieve rangschikking worden maximaal zoveel kandidaten weerhouden als er vacante plaatsen zijn. De benoemende overheid is dus verplicht de door de benoemingscommissie gerangschikte kandidaten te benoemen.

Benoeming tot gerechtsdeurwaarder

Kandidaat-gerechtsdeurwaarders kunnen na minstens vijf jaar benoemd worden tot gerechtsdeurwaarder. In het kader van de benoemingsprocedure wordt door de minister van Justitie het advies ingewonnen van de procureur des Konings en van de raad van de arrondissementskamer. Het advies van de raad heeft betrekking op de wijze waarop de kandidaat zijn functie heeft uitgeoefend met respect voor deontologie, confraterniteit, integriteit en onpartijdigheid. Het is de benoemingscommissie die de rangschikking van de kandidaten opmaakt. Voorafgaand aan de opmaak van de rangschikking, worden de kandidaten gehoord. De benoemingscommissie kan de hoorzitting desgewenst beperken tot een aantal kandidaten, met dien verstande dat ook de niet-geselecteerde kandidaten op hun verzoek gehoord moeten worden. Uiteindelijk worden de drie meest geschikte kandidaten gerangschikt op grond van criteria die betrekking hebben op de bekwaamheid en de geschiktheid van de kandidaat voor het uitoefenen van het ambt. De benoemingscommissies zullen voorafgaand een lijst opstellen met 'uniforme evaluatiecriteria', die wordt goedgekeurd door de Koning. De uiteindelijke benoeming gebeurt, zoals voorheen, door de Koning, op voordracht van de minister van Justitie. Enkel de door de benoemingscommissie gerangschikte kandidaten komen in aanmerking.

Beroep bij de Raad van State

De benoemingsbeslissingen kunnen zoals voorheen aangevochten worden bij de Raad van State binnen een termijn van 60 dagen die ingaat de dag na deze van de bekendmaking van de beslissing in het Belgisch Staatsblad.



De auteurs zijn advocaat.

Bron: Peter FLAMEY en Gregory VERHELST, “Nieuw statuut gerechtsdeurwaarder. Benoemingsprocedure, met een terugblik op de recente rechtspraak van de Raad van State”, NjW 2016, afl. 345, 510-529.

De volledige tekst vindt u in het Nieuw Juridisch Weekblad (NjW). Klik hier voor meer informatie over het Nieuw Juridisch Weekblad (NjW), alsook voor de abonnementsvoorwaarden.

NjW kan ook gelezen worden op smartphone en tablet. Wie al een abonnement heeft op de papieren versie geniet van een voordeeltarief. Klik hier voor meer informatie over NjW mobiel.

>>> Als u nu een jaarabonnement neemt op NjW ontvangt u gratis het volledige artikel van Peter Flamey en Gregory Verhelst in pdf-formaat. Zend hiervoor een e-mail met vermelding van alle vereiste contactgegevens voor de levering en facturatie van uw abonnement naar: njw@wolterskluwer.be.

De website van NjW: www.e-njw.be

Op Jura vindt u meer rechtsleer over de benoeming van gerechtsdeurwaarders.


Gepubliceerd op 29-06-2016

  312