Gerechtspersoneel kan blijven werken na 65

FullSizeRender.jpgGriffiers van hoven en rechtbanken, secretarissen van de parketten en personeelsleden van de griffies en de parketsecretariaten kunnen tot na hun 65ste aan de slag blijven. Een nieuw kb legt de procedure daarvoor vast.

Normaal gezien moeten de griffiers van hoven en rechtbanken, de secretarissen van de parketten, de personeelsleden van de griffies en parketten en de attachés in de dienst voor documentatie en overeenstemming der teksten bij het Hof van Cassatie stoppen met werken op hun 65ste. Wie dat wil, kan sinds een wetswijziging in 2014 echter na die leeftijd blijven verderwerken. Wel alleen maar met toelating van de minister van Justitie.


Aanvraag
 
Wie ook na zijn 65 in dienst wil blijven, moet bij zijn onmiddellijke chef een aanvraag indienen met een specifiek formulier. Hij stuurt tegelijk een kopie van de aanvraag naar de directeur-generaal van het DG Rechterlijke Organisatie. Het aanvraagformulier kan ten vroegste ingediend worden 18 maanden voor de 65ste verjaardag, en tot zes maanden voor die verjaardag.
Het personeelslid vermeldt op het formulier hoelang hij wil verderwerken. De maximumduur is één jaar. Wie na de toegekende indiensthouding nog langer aan de slag wil blijven, moet een nieuwe aanvraag indienen. Die hernieuwingsaanvraag wordt ten laatste zes maanden voor het einde van de verlenging ingediend. Als de verlenging korter duurt dan zes maanden wordt de nieuwe aanvraag ingediend ten laatste drie maanden voor het einde van de verlenging.


Advies
 
De chef van het personeelslid adviseert over de eventuele verlenging. Hij bezorgt zijn advies samen met de aanvraag aan de magistraat-korpsoverste, aan de hoofdgriffier of aan de hoofdsecretaris, en dat binnen 15 dagen. Ook die geeft advies en bezorgt dat - samen met de aanvraag en het advies van de onmiddellijke chef - aan de minister van Justitie. Hij heeft daar 15 dagen voor. Als hij zelf de onmiddellijke chef van het personeelslid is, maakt hij rechtstreeks zijn advies en de aanvraag over aan de minister.
Alle adviezen moeten gemotiveerd zijn. Twee punten komen er aan bod: of de indiensthouding nodig is, en de meeste geschikte duur ervan. Wanneer iemand geen advies geeft, zorgt de directeur-generaal ervoor dat de procedure alsnog wordt verdergezet.

Beslissing 
De minister van Justitie beslist over de indiensthouding. Binnen dertig dagen nadat hij het dossier heeft ontvangen.

Inwerkingtreding
Het nieuwe KB van 8 juni 2015 treedt in werking op 10 juli 2015.

Koninklijk besluit van 8 juni 2015 tot vaststelling van de procedure voor indiensthouding van sommige personeelsleden van de Rechterlijke Orde na 65 jaar, BS 30 juni 2015

Gepubliceerd op 06-07-2015

  83