Deskundigenonderzoek in burgerlijke zaken

In 2005 verscheen de eerste uitgave van het boek 'Deskundigenonderzoek in burgerlijke zaken' van de auteurs Toon Lysens en Luc Naudts. Na de wetswijzigingen van 2007 en 2009 verscheen in 2010 een herziene versie. De wetgever heeft sinds 2014 de wettelijke bepalingen inzake het gerechtelijk deskundigenonderzoek tot vier keer toe gewijzigd. Het was dus hoog tijd om dit basiswerk over deskundigenonderzoek te herzien. Wij hadden hierover een gesprek met de auteurs.

 

Gepubliceerd op 29-10-2018

lysens-toon
Toon Lysens
naudts-luc
Luc Naudts

Waarom was deze herziening nodig?

Zoals algemeen bekend, zit de wetgever niet stil. Enkele bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek werden na het verschijnen van de vorige editie in 2010 gewijzigd. Het gaat niet om fundamentele wijzigingen maar ze zijn niet zonder belang. Zo is er de verplichting van de deskundige om eventuele onverenigbaarheden te melden bij zijn aanstelling en de invoering van een coördinerende deskundige. De voornaamste wijziging is ongetwijfeld de invoering van een nationaal register voor gerechtsdeskundigen.

Wat houdt dat nationaal register concreet in?

Voor het eerst is er een nationale lijst van gerechtsdeskundigen opgedeeld in tweeëntwintig specialiteiten ter beschikking van de magistratuur. De deskundigen moeten om opgenomen te worden aan bepaalde kwaliteitsvereisten voldoen. De magistraten zijn niet langer vrij in hun keuze maar moeten een deskundige aanstellen uit het nationaal register tenzij daarin niemand beschikbaar is. Dit register wordt beheerd door de FOD Justitie. Aan het eigenlijke verloop van het onderzoek wordt niet geraakt. Alleen de deskundigen opgenomen in het register mogen de titel gerechtsdeskundige dragen.

Betekent dit dat de gerechtsdeskundigen een statuut krijgen?

Nee, de wetgever is niet zo ver willen gaan om een instituut voor de gerechtsdeskundigen op te richten of hen een statuut te geven. Het lijkt ook niet wenselijk. Wie ingeschreven wordt in het register mag de titel van gerechtsdeskundige dragen en gebruiken in zijn professionele contacten. Daartegenover staat dat de gerechtsdeskundige nu onderworpen is aan deontologische regels die vastgelegd zijn in een KB. Het gaat zowel over hun gedrag bij de aanvaarding van de opdracht en tijdens de uitvoering als om het gebruik van de titel buiten de opdracht. Deontologische inbreuken kunnen gesanctioneerd worden met schorsing of zelfs schrapping uit het register.

Was de wet van 2014 de enige reden voor een nieuwe editie van het boek?

Er waren meerdere redenen. Zo waren er een aantal evoluties in de rechtspraak en er is de toepassing van de Europese verordening over bewijsgaring in een ander EU-land. Een aantal wetswijzigingen heeft repercussies op het deskundigenonderzoek. Op het vlak van de nietigheden werden zowel het Gerechtelijk Wetboek als de taalwetgeving aangepast. Ook in deel III van het handboek zijn er belangrijke wijzigingen zoals de vervanging van de wet op de onteigening ten algemenen nutte door het Vlaams onteigeningsdecreet. We hebben meer aandacht besteed aan de Europese dimensie en een aantal beschouwingen gewijd aan een mogelijk statuut voor de deskundige. Dit heeft ertoe geleid dat de derde uitgave heel wat meer bladzijden bevat. We hopen alleszins de praktijkjuristen opnieuw een up to date handboek ter beschikking te stellen.

 

 

  504