‘De rechten van verdediging schaden we niet’

Toen Koen Geens een goed jaar geleden minister van Justitie werd, waren de verwachtingen hooggespannen: eindelijk weer een jurist op Justitie, en met het justitieplan eindelijk weer een visie op waar het met de derde macht naartoe moet. Een jaar later lijkt het enthousiasme getemperd: de uitvoering vraagt tijd, de grote hervormingen zijn er voorlopig nog niet, en justitie ontkomt niet aan de zware besparingen. Velen hebben het gevoel op het tandvlees te zitten, en de advocatuur mort over de potpourri’s. De minister blikt in De Juristenkrant terug op 2015, en dient zijn critici vastberaden van repliek: ‘Ik geef de magistratuur, in overleg met alle betrokken partijen, meer verantwoordelijkheid om haar werk zelf te regelen. Daar kan toch niemand tegen zijn?’

Ruth Boone

(Dit zijn fragmenten uit het interview. Het volledige artikel kan u lezen in De Juristenkrant nr. 320 van 23 december 2015 of via Jura) 

[...]

KoenGeensWVVAssisenpleiters hebben schrik dat ze voor de correctionele rechtbank onvoldoende tijd zullen hebben om hun cliënt te verdedigen, zoals ze dat in assisen kunnen, omdat correctionele rechters onder grote tijdsdruk staan.
‘Ik begrijp de kritiek niet. Ten eerste is er tegen het vonnis van de correctionele rechtbank altijd beroep mogelijk, bij assisen nooit. Daarnaast zullen er in zware strafzaken en in beroep in strafzaken altijd drie rechters zijn. Ik heb veel financiële strafzaken gepleit, en ik heb nooit gezien dat wanneer de partijen daar hun werk van maakten, lastige zaken werden afgehaspeld op twee uur. Integendeel. Ik heb vaak meerdaagse zittingen meegemaakt, zowel in burgerlijke als in strafzaken. De bedoeling is alleszins, en ik heb dat ook nadrukkelijk verklaard in de voorbereidende werken, dat straf-rechters die gecorrectionaliseerde misdaden grondig aanpakken. Het is dus, voor wie daaraan zou twijfelen, duidelijk de wil van de wetgever dat ze dat zouden doen. [...]’

[...]

In 2017 zouden er beheersovereenkomsten moeten zijn met de verschillende hoven en rechtbanken. Maar het college van de zetel liet begin dit jaar al weten dat ze die streefdatum niet zien zitten.
‘We zijn nu binnen de regering volop bezig om potpourri IV op de rails te zetten. Daarin zal een belangrijk stuk gewijd zijn aan de actualisering van de beheersautonomie. In overleg met de administratie, de colleges, de HRJ, de ordes en de regering gaan we een aantal bijsturingen voorstellen die toelaten om in 2018 - 2017 is iets te vroeg dag - te starten met dat model, waarbij de rechterlijke macht, zetel en parket, haar eigen werking gaat regelen, eigen middelen verdelen en auto-nomie krijgen in de organisatie. [...]’

[...]

Eind 2016 moet de Salduzrichtlijn uitgevoerd zijn. Dat zal extra druk leggen op de kosten voor de pro-Deorechtsbijstand. Hoe zit het nu met de hervormingsplannen voor de tweedelijnsbijstand?
‘In de ministerraad is vorige week vrijdag een voorontwerp van wet daarover goedgekeurd. Dat gaat nu naar de Raad van State. Het houdt vooral een herziening in van het puntensysteem voor alle types zaken, zodat de punten beantwoorden aan de vermoedelijke noodzakelijke werklast. We zijn bijvoorbeeld nagegaan of we schikkingen beter kunnen verlonen en in vreemdelingenzaken minder punten kunnen geven voor meervoudige procedures zonder meerwaarde. Dat puntensysteem is een belangrijk stuk in de hervorming, maar dat zal via een MB gebeuren. Het kwam tot stand in ampel overleg met de beide ordes van advocaten. [...]'

[...]

Dit zijn fragmenten uit het interview. Het volledige artikel kan u lezen in De Juristenkrant nr. 320 van 23 december 2015 of via Jura.

Gepubliceerd op 24-12-2015

  116