Aftrek voor enige woning wordt belastingvermindering

Vanaf het aanslagjaar 2015 wordt de aftrek voor de enige woning (zgn. woonbonus) vervangen door een (federale) belastingvermindering wanneer de uitgaven betrekking hebben op een woning die op het tijdstip van de betaling niet de eigen woning is van de belastingplichtige.

WoonbonusEen KB van 30 september 2014 schrapt de bestaande uitvoeringsregels voor de aftrek voor enige woning in het KB/WIB 1992 vanaf het aanslagjaar 2015 (opheffing “Afdeling XXIV. Aftrek van enige woning – (WIB 1992, art. 115, § 3)”).

En het KB voegt de uitvoeringsregels voor de in een belastingvermindering omgevormde aftrek voor enige woning (art. 539, § 1, tweede lid, WIB 1992, voor zover het art. 115, § 3 WIB 1992, zoals het bestond vooraleer het werd opgeheven door de wet van 8 mei 2014, van toepassing maakt op bepaalde leningen en verzekeringscontracten) toe in een nieuwe Afdeling IV. van “Hoofdstuk V. Overgangsbepalingen” ( nieuwe art. 255 en 256 , KB/WIB 1992).


Deze nieuwe uitvoeringsregels komen in de plaats van de uitvoeringsregels voor het lange termijnsparen die niet langer van toepassing zijn.

TOEPASSINGSMODALITEITEN VOOR DE IN EEN BELASTINGVERMINDERING OMGEVORMDE AFTREK VOOR ENIGE WONING
Een belastingplichtige die de toepassing vraagt van de in een belastingvermindering omgevormde aftrek voor enige woning (als bedoeld in art. 104, 9°, WIB 1992, zoals het krachtens artikel 539, WIB 1992 van toepassing is gebleven), voor interesten en betalingen voor de aflossing of wedersamenstelling van een hypothecaire lening, en voor de bijdragen van een aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood die hij tot uitvoering van een individueel gesloten levensverzekeringscontract definitief heeft betaald voor het vestigen van een rente of van een kapitaal bij leven of bij overlijden en dat uitsluitend dient voor het wedersamenstellen of het waarborgen van een hypothecaire lening, moet ter staving van die vraag volgende attesten overleggen:

  • met betrekking tot de interesten en de betalingen voor de aflossing of wedersamenstelling van de hypothecaire lening:
    • een eenmalig basisattest waarin de instelling die de lening heeft toegestaan de gegevens meedeelt waaruit moet blijken dat het leningscontract in aanmerking kan komen voor de toepassing van artikel 104, 9°, WIB 1992 (zoals het krachtens artikel 539, WIB 1992 van toepassing blijft);
    • een jaarlijks betalingsattest waarin de instelling die de lening heeft toegestaan het bedrag van de door de belastingplichtige tijdens het belastbare tijdperk gedane betalingen meedeelt, samen met de gegevens die noodzakelijk zijn om na te gaan of de voor de toepassing van artikel 104, 9°, WIB 1992 (zoals het krachtens artikel 539, WIB 1992 van toepassing blijft) gestelde voorwaarden nog steeds zijn vervuld;
  • met betrekking tot de levensverzekeringspremies:
    • een eenmalig basisattest waarin de verzekeraar de gegevens meedeelt waaruit moet blijken dat het levensverzekeringscontract in aanmerking kan komen voor de toepassing van artikel 104, 9°, WIB 1992 (zoals het krachtens art. 539, WIB 1992 van toepassing blijft);
    • een jaarlijks betalingsattest waarin de verzekeraar het bedrag van de door de belastingplichtige tijdens het belastbare tijdperk gedane premiebetalingen meedeelt, samen met de gegevens die noodzakelijk zijn om na te gaan of de voor de toepassing van artikel 104, 9°, WIB 1992 (zoals het krachtens art. 539, WIB 1992 van toepassing blijft) gestelde voorwaarden nog steeds zijn vervuld.

Premies m.b.t. een contract met kosteloze of betalende deelneming in de winst, worden tot hun nominale bedrag in aanmerking genomen voor de in een belastingvermindering omgezette aftrek voor enige woning als bedoeld in artikel 104, 9°, van het WIB 1992 (zoals het krachtens art. 539, WIB 1992 van toepassing blijft).

IN WERKING
Deze wijzigingen van het KB/WIB 1992 treden in werking vanaf het aanslagjaar 2015.

Christine Van Geel

Koninklijk besluit van 30 september 2014 tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van de belastingverminderingen voor energiebesparende uitgaven in een woning en voor energiezuinige woningen en ingevolge de invoering van de gewestelijke aanvullende belasting op de personenbelasting en de wijziging van de regels op het stuk van de belasting van niet-inwoners, BS 9 oktober 2014 – art. 2 , art. 16 en art. 19

Gepubliceerd op 15-10-2014

  218