Woninghuur in het Vlaamse Gewest - modellen voor een praktische implementatie

Het huurrecht is een stabiele rechtstak. Wijzigingen in de wetgeving zijn eerder zeldzaam. De Zesde Staatshervorming uit 2014 droeg de regelgevende bevoegdheid over het woninghuurrecht over naar de gewesten. Op basis van deze bevoegdheidsoverdracht werkten de drie gewesten nieuwe regels uit voor woninghuurovereenkomsten. Het gemene huurrecht bleef een federale bevoegdheid, waarvoor we blijven terugvallen op het Burgerlijk Wetboek.

Gepubliceerd op 18-08-2020

De nieuwe gewestelijke regelgeving na de Zesde Staatshervorming vormde dus een ideale gelegenheid om alle modellen met betrekking tot het gemene huurrecht en het woninghuurrecht te actualiseren en zelfs een aantal modellen toe te voegen. In de meerderheid van de gevallen vereist de regelgeving niet dat schriftelijk wordt gewerkt. Vaak zijn mondelinge rechtshandelingen of afspraken toegelaten en dus bindend. Een schriftelijk stuk vergemakkelijkt wel het bewijs, zodat het toch aangewezen is steeds schriftelijk te werken of een mondelinge kennisgeving of afspraak schriftelijk te bevestigen.

Daarnaast vindt u modellen die relevant zijn bij de uitvoering van deze huurovereenkomsten of bij de beëindiging ervan.

De modellen zijn gebundeld rond bepaalde thema’s. Voor het gebruiksgemak kent elk thema dezelfde structuur.

  • Eerst vindt u de relevante regelgeving en een overzicht van de modellen.
  • Vervolgens wordt het thema gekaderd in een algemene toelichting.
  • Dan volgt toelichting bij de opgenomen modellen.
  • In de volgende rubrieken vindt u de technische gegevens, de relevante literatuur, een checklist en een voorbeeldcasus.
  • Tot slot worden de modellen opgenomen. Instructies met betrekking tot het invullen staan steeds cursief vermeld en er is duidelijk aangegeven waar u iets moet toevoegen of één van de vermelde opties moet kiezen.

De meeste modellen zijn beschikbaar in het Nederlands en Frans, de overeenkomsten ook in het Engels. Het taalgebruik onder particulieren is vrij, zodat de contractpartijen kunnen kiezen in welke taal ze hun overeenkomsten, kennisgevingen en opzeggingen doen. Toch verdient het gebruik van het Nederlands de voorkeur: documenten die geregistreerd moeten worden, moeten in één van de landstalen worden aangeboden aan het bevoegde Kantoor Rechtszekerheid (dus niet in het Engels) en bij betwisting voor de rechter moeten stukken die niet in de taal van de rechtspleging zijn opgesteld, vertaald worden (voor onroerende goederen die in het Vlaamse Gewest liggen, is de taal van de rechtspleging het Nederlands). Tussen partijen zijn stukken in het Frans, Engels of eender welke andere taal geldig, zodat zij er voor kunnen kiezen om toch niet in het Nederlands te werken (bv. omdat zij de andere taal beter begrijpen)

De modellen zijn ook op Jura terug te vinden.

Tom Vandromme
Over de auteur

Tom Vandromme studeerde rechten aan de Universiteit Antwerpen, waar hij in juni 2018 ook de doctorstitel behaalde. Hij is senior adviseur wonen bij de Vlaamse Overheid, waar hij werkt rond sociale huur, private huur en woningkwaliteit. Sinds 2011 is hij ook verbonden aan de Universiteit Antwerpen als onderzoeker. Hij is lid van de redactieraad van het Rechtskundig Weekblad en publiceert vooral over woningkwaliteit, private en sociale huur, ruimtelijke ordening, strafrecht en aanverwante thema's.”

  304