Wijzigingen inzake familiale procedures door de wet potpourri XI

De wet van 31 juli 2020 (wet potpourri XI) bevat onder meer een aantal wijzigingen in familierechtelijke procedures waarop in deze bijdrage uitvoerig wordt ingegaan.

 

Gepubliceerd op 23-11-2020

Rechtspleging bij (voor-)naamswijziging

Door de wet van 18 juni 2018 (wet potpourri VII) werd de mogelijkheid om tegen een weigeringsbeslissing aangaande (voor-)naamswijziging verhaal aan te tekenen overgeheveld van de Raad van State naar de familierechtbank. Sindsdien staat voor de afgewezen verzoeker een jurisdictioneel verhaal met volle rechtsmacht open bij de familierechtbank. Er was evenwel al vlug onenigheid gerezen over de aard van deze nieuwe procedure.

Familie2

Ingevolge de wetswijziging wordt nu uitdrukkelijk bepaald dat het om een procedure op eenzijdig verzoekschrift gaat, en niet om een procedure op tegenspraak gericht tegen de ambtenaar van de burgerlijke stand respectievelijk tegen de minister van Justitie. Enkel een advocaat kan het verzoekschrift ondertekenen en ter griffie neerleggen. Voorts wordt de territoriale bevoegdheid van de familierechtbank bepaald: deze van de woonplaats of van de gewone verblijfplaats van de verzoeker.

Verhaal tegen weigeringsbeslissing aangaande frauduleuze erkenning van een kind

Door de wet van 19 september 2017 werden specifieke bepalingen ingevoerd tot bestrijding van het toenemende fenomeen van frauduleuze (vaderlijke) erkenningen van kinderen. Het beroep tot vernietiging van deze wet werd door het Grondwettelijk Hof bij arrest van 7 mei 2020 grotendeels verworpen. Enkel wat het ontbreken van een georganiseerd verhaal tegen de weigeringsbeslissing vanwege de ambtenaar van de burgerlijke stand betreft, oordeelde het Hof dat dit afbreuk deed aan het recht op toegang tot de rechter.

 

Deze al bij al beperkte ongrondwettigheidsbevinding wordt nu gerepareerd. De wet voorziet in een rechtstreekse verhaalsmogelijkheid bij de familierechtbank, naar het model van het verhaal tegen de weigeringsbeslissing van de ambtenaar van de burgerlijke stand om een huwelijk te voltrekken. De man die het kind wil erkennen moet verhaal aantekenen binnen de maand na de kennisgeving van de weigeringsbeslissing. Dit verhaal moet worden ingesteld hetzij bij dagvaarding tegen de ambtenaar van de burgerlijke stand, hetzij bij verzoekschrift op tegenspraak. Dergelijke zaken worden behandeld zoals in kortgeding. Het gaat om een beroep met volle rechtsmacht.

De reparatiewet bepaalt dat de familierechtbank rekening moet houden met alle aanwezige belangen, waarbij het belang van het kind de eerste overweging is. Volgens de auteur is dat eigenlijk een kringredenering. Een vaderlijke erkenning die enkel en alleen beoogt een verblijfsrechtelijk voordeel te verkrijgen – en dus waar absoluut geen intentie voorhanden is om als ouder enige taak van zorg, opvoeding en levensonderhoud van het te erkennen kind op zich te nemen – moet per definitie geacht worden het belang van het te erkennen kind niet te dienen. Een beoogde vestiging van het vaderschap die geacht kan worden het belang van het kind te dienen, kan per definitie geen frauduleuze erkenning in de zin van de wet zijn.

De auteur

patrick-senaeve-wvv-27

Patrick Senaeve, [Wettelijk samenwonenden - Naamswijzigingen - Frauduleuze erkenningen] Wijzigingen en reparaties in het personen- en familierecht. Commentaar bij de wet van 31 juli 2020 (Wet Potpourri XI), T.Fam. 2020, afl. 8-9, 226-240.

  1172