Wetsartikels inzake lening: artikelsgewijze commentaar

Andy BeeckweeSander VanderheydeDe wetsartikels inzake lening zijn vervat in Titel X van het Burgerlijk Wetboek en werden onderverdeeld in drie hoofdstukken. Deze hoofdstukken behandelen achtereenvolgens de bruiklening of commodaat (art. 1875-1891), de verbruiklening of eenvoudige lening (art. 1892-1904) en de lening op interest (art. 1905-1914). Andy Beeckwee en Sander Vanderheyde becommentariëren deze wetsartikels in hun boek ‘Lening’ verschenen in de reeks 'Artikel & Commentaar'. Hierna volgt een geschreven interview met beide auteurs.

Hoe zijn jullie te werk gegaan? Is de bijdrage beperkt tot een bespreking van rechtspraak?

(Sander Vanderheyde) De bijdrage is in de eerste plaats een actualisering van de commentaren van meesters Vercammen en Van den Vonder uit 2006. Daarnaast hebben wij inderdaad geprobeerd iets verder te gaan dan een loutere opsomming en bespreking van de Belgische rechtspraak. Waar mogelijk en nuttig, proberen we de verbanden te leggen tussen de verschillende wetsartikelen en tezelfdertijd de voor de praktijk relevante rechtspraak en rechtsleer te ontsluiten. De verschillende opvattingen binnen de rechtspraak en rechtsleer worden op een objectieve wijze beschreven en worden hier en daar aangevuld met een beknopt standpunt van de auteur in kwestie.

BPARTCOMMBI16002-1Deze objectieve benadering komt bijvoorbeeld tot uiting bij de bespreking van het inleidend artikel 1874 van het Burgerlijk Wetboek. Bij de bespreking van dit artikel wordt getracht de lening als bijzondere overeenkomst te kaderen binnen het gemeen verbintenissenrecht. Er wordt achtereenvolgens stilgestaan bij de geldigheidsvereisten, het bewijs en de interpretatie van de leningsovereenkomst. Er wordt van de gelegenheid ook gebruik gemaakt om het onderscheid met enkele andere verwante overeenkomsten kort te bespreken, onder meer huur, bewaargeving, e.d.

Artikel 1874 BW maakt in essentie het onderscheid tussen de bruiklening en de verbruiklening. Op welke wijze onderscheiden deze twee vormen van lening zich dan?

(Sander Vanderheyde) Bruiklening en verbruiklening onderscheiden zich van elkaar door de aard van de geleende zaak. In geval van bruiklening zal de lener de zaak zelf moeten teruggeven. In geval van verbruiklening zal de lener een zaak van dezelfde kwaliteit en kwantiteit moeten teruggeven. Het karakter van de lening wordt daarnaast ook bepaald door de wil van de partijen. Indien partijen overeenkomen dat de lener de zaak slechts mag gebruiken zonder de zaak zelf aan te tasten en diezelfde zaak moet teruggeven, dan is er duidelijk sprake van bruiklening. Indien partijen overeenkomen dat de lener van de zaak een dusdanig gebruik mag maken dat teruggave van dezelfde zaak niet meer mogelijk is, is er sprake van verbruiklening.

Het laatste hoofdstuk van Titel X van het Burgerlijk Wetboek bevat de artikelen inzake de lening op interest. Kreeg deze rechtsfiguur een speciale plaats in jullie bijdrage?

(Andy Beeckwee) Uiteraard. De lening op interest is de meest bekende toepassing van de verbruiklening en is een uitzondering op het beginsel van de kosteloosheid van de lening. Het is verbruiklening tegen een prijs (de interest).

Over deze interest werd door het Grondwettelijk Hof vrij recentelijk nog een interessant arrest geveld met betrekking tot de toepassing van de bijzondere verjaringstermijn vervat in artikel 2277 BW. Dit artikel bepaalt dat de interesten van geleende sommen verjaren door verloop van vijf jaar. Op basis van een nogal onduidelijk arrest van het Hof van Cassatie van eind de jaren ’90 werd artikel 2277 BW in de rechtspraak gehanteerd om de bijzondere verjaringstermijn toe te passen op het geheel van de afbetalingen die door de kredietnemer werden uitgevoerd, ook al bevatte die afbetaling zowel een kapitaalcomponent als een rentecomponent. Het Grondwettelijk Hof heeft thans in zijn arrest van 6 maart 2014 het standpunt ingenomen dat op beide onderdelen van de schuldvordering verschillende verjaringstermijnen van toepassing zijn en dat een dergelijk onderscheid in verjaringstermijn tussen het gedeelte van de betaling dat interesten vertegenwoordigt (art. 2277 BW), en het gedeelte van de betaling dat kapitaal vertegenwoordigt (art. 2262bis BW), de toets van het gelijkheids- en niet-discriminatiebeginsel doorstaat.

Datzelfde Grondwettelijk Hof heeft overigens recentelijk ook standpunt ingenomen voor wat het onderscheid tussen de (consensuele) kredietovereenkomst en de (zakelijke) leningsovereenkomst betreft.


Kunt u dit verder toelichten?

(Andy Beeckwee) De geldlening, in de vorm van een lening op interest, moet onderscheiden worden van het ruimere begrip krediet. Er is sprake van krediet zodra een partij, de kredietgever, ermee instemt dat een andere partij, de kredietnemer, zijn terugbetalingsverbintenis uitstelt tot een latere datum. Het krediet kan derhalve worden gerealiseerd in de vorm van een lening op interest, dan wel door middel van een overeenkomst van kredietopening.

Volgens het huidige meerderheidsstandpunt in de rechtspraak en rechtsleer komt de lening op interest slechts tot stand ingevolge de afgifte van de zaak (zakelijke overeenkomst). De kredietopening daarentegen is een loutere consensuele overeenkomst die tot stand komt ingevolge de wilsovereenstemming tussen de betrokken partijen.

Middels zijn arrest van 7 augustus 2013 lijkt het Grondwettelijk Hof zich thans ook aan te sluiten bij deze kwalificatiecriteria.

Het onderscheid op zich is overigens van essentieel belang. De bepalingen van het Burgerlijk Wetboek inzake de verbruiklening en de lening op interest, waaronder de dwingende bepalingen van artikel 1907 BW et seq. (bijv. maximale wedebeleggingsvergoeding in geval van vervroegde terugbetaling), zijn immers niet van toepassing op de kredietopening.



Beide auteurs zijn advocaat.

Bron: Andy BEECKWEE en Sander VANDERHEYDE, "Lening" in Artikelsgewijze commentaren bijzondere overeenkomsten, Mechelen, Wolters Kluwer.

Klik hier voor meer informatie over de reeks 'Artikel & Commentaar'.

Op Jura vindt u meer rechtsleer over de lening.


Gepubliceerd op 27-09-2016

  514