Twee jaar familie- en jeugdrechtbanken: tijd voor een evaluatie

Op 1 september 2016 bestonden de familie- en jeugdrechtbanken twee jaar. Met de invoering van die nieuwe rechtbanken wou de wetgever de versnippering van de rechterlijke bevoegdheden in het familierecht tegengaan. De hervorming moest de harmonisering van de procedureregels bevorderen, tot minder kosten voor de rechtzoekenden leiden, en tot minder tegenstrijdigheden en doorverwijzingen van rechtbank naar rechtbank. Uniformiteit, soepelheid en toegankelijkheid, specialisatie en bemiddeling waren de ordewoorden. 
De Juristenkrant ging na of die ambities twee jaar later gerealiseerd zijn, en vroeg daarom aan negen rechters en een griffier in alle Vlaamse gerechtelijke arrondissmenten om hun ervaringen met ons te delen.

Tekst: Ruth Boone
Foto: Wouter Van Vaerenbergh


FamilierechtbankWe spraken een aantal jeugd- en familierechters, en vroegen hen naar de voor- en nadelen van de nieuwe regeling. De rechters zijn overwegend positief: burgers moeten niet meer van hot naar her lopen, en worden sneller en goedkoper geholpen. Het concept één familie, één dossier werd gerealiseerd, maar één rechter voor één familie bleek niet overal haalbaar. De kamers voor minnelijke schikking zijn een succes waar ze werden ingevoerd. In anderen arrondissementen bleek de vraag ernaar niet zo groot, en wordt ingezet op andere vormen van bemiddeling.

Minpunt: de recente potpourriwijziging, waardoor het openbaar ministerie veel minder beschikbaar is dan vroeger, ervaren alle familierechters als een pijnpunt: ‘We zijn minder geïnformeerd, en in sommige gevallen kan het belang van het kind in het gedrang komen.’

Ook de gebrekkige informaticaondersteuning zorgt voor wrevel, en kan tot fouten leiden: ‘We kunnen niet controleren of mensen in een ander arrondissement al een dossier hebben geopend. Die controle is nochtans van openbare orde. Het familiedossier wordt niet gerealiseerd.’ Shopgedrag bij rechtzoekenden kan dan ook niet uitgesloten worden.

We vroegen ook aan advocaat Steven Brouwers wat hij van de nieuwe rechtbanken vindt: ‘Aan de wet moet niet zoveel gewijzigd worden, maar wel aan de uitvoering. Ieder arrondis-sement heeft zich naar eigen goeddunken georganiseerd. Overal gelden andere regels. Het is één chaos, en dat zorgt voor onduidelijkheid en rechtsonzekerheid bij advocaten en cliënten.’

U leest alles in De Juristenkrant (nr. 336 van 26 oktober 2016) of via Jura.



Gepubliceerd op 27-10-2016

  118