Tijdsverloop en schadevergoeding

Geert JocquéBij de raming van schade rijzen tal van vragen die verband houden met het tijdsverloop tussen het schadegeval en de vergoeding van de schade. Dit tijdsverloop beïnvloedt het bestaan en de omvang van de schade. Geert Jocqué onderzoekt in afl. 2016/4 van het Tijdschrift voor Privaatrecht (TPR) deze tijdsgerelateerde vragen op basis van de rechtspraak van het Hof van Cassatie. Hierna vindt u een samenvatting van deze bijdrage.

Lees het volledige artikel op Jura.


Tijdstip van raming van de schade

In de eerste plaats moet bepaald worden op welk ogenblik de rechter zich moet plaatsen voor de raming van de schade. Naar Belgisch recht gebeurt de raming van de schade op het tijdstip dat zo dicht mogelijk de datum van het effectieve herstel benadert. Dit is in de regel het ogenblik van de uitspraak van de rechter.

Gebeurtenissen met invloed op de schadebepaling

Gebeurtenissen die zich tegelijk met het schadegeval of erna voordoen, kunnen de schade doen toenemen of afnemen. De vergoedbaarheid van de verergering van de schade wordt bepaald door de regels van de causaliteit. Is de toename van de schade het gevolg van de fout, dan moet zij vergoed worden. Indien de toename van de schade zich situeert na de uitspraak door de rechter, is de inhoud en het gezag van zijn uitspraak determinerend.

Voor gebeurtenissen die zich voordoen na het schadegeval en de schade verminderen, hanteert het Hof van Cassatie de regel dat hiermee geen rekening te houden is wanneer zij niet in verband staan met de fout en/of de schade. Deze regel wordt in de rechtspraak niet altijd op een consequente wijze toegepast. Dit geldt onder meer voor de voordelen die voortspruiten uit een nieuwe relatie die de partner van een overleden slachtoffer na het schadegeval aangaat of de voordelen die het slachtoffer krijgt door prestaties van derden, zoals materiële hulp of uitkeringen. In dat laatste geval is vooral de niet-toerekening van een pensioen aan de partner van een overleden slachtoffer, bron van betwisting.

Toekomstige schade

De rechter moet ook de vergoeding bepalen voor schade die zich nog in de toekomst zal voordoen. Evenwel kan niet met volledige zekerheid bepaald worden hoe deze schade zich precies zal ontwikkelen. Een concrete en nauwkeurige bepaling van de schadevergoeding wordt dan onder meer gezocht in het gebruik van de kapitalisatiemethode. Dit is het geval voor de materiële schade voor blijvende arbeidsongeschiktheid wegens aantasting van de economische waarde van het slachtoffer. De vergoeding wordt berekend door kapitalisatie van het loon van het slachtoffer, ook al lijdt hij geen inkomstenverlies. Kapitalisatie wordt ook steeds meer gehanteerd voor schade die in billijkheid wordt bepaald, zoals de morele schade en de huishoudelijke schade.

Besluit

Het tijdsverloop creëert onzekerheden bij de raming van schade. De rechtspraak zoekt oplossingen om deze onzekerheden te verzoenen met een concrete en nauwkeurige bepaling van de schadevergoeding. Vooral wordt hierbij gebruik gemaakt van de kapitalisatiemethode, recentelijk ook voor schade die tot voor kort niet voor kapitalisatie in aanmerking kwam.


De auteur is raadsheer in het Hof van Cassatie.

Bron: Geert JOCQUÉ, "Tijdsverloop en schadevergoeding", TPR 2016, afl. 4, 1375-1434.

De volledige tekst vindt u in het Tijdschrift voor Privaatrecht (TPR). Klik hier voor meer informatie over het Tijdschrift voor Privaatrecht (TPR), alsook voor de abonnementsvoorwaarden.

Het Tijdschrift voor Privaatrecht is ook beschikbaar als online databank. Klik hier voor TPR Online.

U kunt de tekst van Geert Jocqué integraal lezen in elektronische vorm via Jura.

Op Jura vindt u meer rechtsleer over schadevergoedingen.

Gepubliceerd op 07-06-2017

  564