Schijnhuwelijk: beroep tegen een weigeringsbeslissing

Annette Van Thienen schreef voor het Tijdschrift voor Familierecht een bijdrage over het schijnhuwelijk. In deze bijdrage ontleedt ze de rol van de ambtenaar van de burgerlijke stand als administratieve overheid en het jurisdictioneel beroep bij de familierechtbank.

Gepubliceerd op 07-03-2018

van-thienen-annette-vk
Annette Van Thienen
TFam

Ontbreekt bij minstens één echtgenoot de intentie om duurzaam met de andere samen te leven, dan is er een schijnhuwelijk. De ambtenaar van de burgerlijke stand die het huwelijk moet voltrekken, heeft een functie als beschermer van het ‘waarachtige’ huwelijk. Als hij meent dat daar redenen toe zijn, weigert hij de akte van aangifte van huwelijk op te maken of weigert hij het huwelijk te voltrekken.

De ambtenaar van de burgerlijke stand als administratieve overheid

De ambtenaar van de burgerlijke stand die beslist over de huwelijkssluiting treedt niet op als jurisdictioneel orgaan. Hij oefent geen rechtsprekende functie uit. Hij maakt daarentegen deel uit van ‘het bestuur’, de organen en instellingen van de uitvoerende macht. Meer precies stelt hij, als administratieve overheid, eenzijdige bestuurlijke rechtshandelingen. Daaruit volgt dat zijn beslissingen aan de regels van het bestuursrecht zijn onderworpen.

Naast een materiële motiveringsplicht, heeft de ambtenaar van de burgerlijke stand ook een formele motiveringsplicht zoals bepaald in de Wet Motivering Bestuurshandelingen van 29 juli 1991. Verder is hij verplicht bij de kennisgeving van de weigeringsbeslissing de beroepsmogelijkheden en -modaliteiten te vermelden.

In dezelfde zin geldt niet de termijnregeling uit het Gerechtelijk Wetboek, maar de termijnregeling van het bestuursrecht. Voor de berekening en het bepalen van begin en einde van de termijnen kan niet zonder meer worden teruggevallen op art. 48 e.v. Ger.W. Zo zal de vervaldag die valt op een zaterdag, zondag of feestdag voor de ambtenaar van de burgerlijke stand niet worden verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.


Jurisdictioneel beroep bij de familierechtbank

De ontgoochelde huwelijkskandidaten hoeven zich niet bij een weigeringsbeslissing van de ambtenaar van de burgerlijke stand neer te leggen. Zij kunnen beroep instellen bij de familierechtbank. Deze beslecht, als onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie, het geschil tussen de huwelijkskandidaten en de ambtenaar van de burgerlijke stand. Het gaat hierbij om een jurisdictioneel beroep tegen een bestuurshandeling (de weigeringsbeslissing) van een administratieve overheid (de ambtenaar van de burgerlijke stand) bij de justitiële rechter (de familierechtbank).

De familierechter heeft volle rechtsmacht. Hij houdt rekening met de situatie zoals die is op het ogenblik dat de zaak door hem wordt behandeld. Ook elementen van ná de weigeringsbeslissing betrekt hij bij zijn oordeel. Dat betekent echter niet dat hij een discretionaire bevoegdheid heeft. Hij heeft, net als de ambtenaar van de burgerlijke stand, slechts een gebonden bevoegdheid. Als de voorwaarden vervuld zijn, dan moet de akte worden opgemaakt. Een opportuniteitstoets is niet aan de orde.

Niettegenstaande het een beroep tegen een bestuurshandeling van een administratieve overheid betreft, zijn de procedureregels van het Gerechtelijk Wetboek van toepassing op deze rechtspleging. In die zin geldt voor de huwelijkskandidaten die beroep instellen de termijnregeling van het Gerechtelijk Wetboek.

Inzake huwelijksvoltrekking gelden voor de ambtenaar van de burgerlijke stand de regels van het bestuursrecht. De huwelijkskandidaten die beroep instellen tegen zijn weigeringsbeslissing, doen dit bij de justitiële rechter. Op die rechtspleging zijn de regels van het Gerechtelijk Wetboek integraal van toepassing.


Bron: Annette VAN THIENEN, Het schijnhuwelijk en het jurisdictioneel beroep tegen de weigeringsbeslissing van de ambtenaar van de burgerlijke stand – Bevoegdheid, motivering en termijnen, T.Fam. 2018, afl. 2, 28-44.

  385