Schadevergoedingsvorderingen bij kartelinbreuken: quid met verjaring?

Thijs Tanghe schreef voor het Tijdschrift voor Privaatrecht (TPR 2018/4, 1383-1436) een bijdrage over de verjaring van buitencontractuele rechtsvorderingen tot schadevergoeding wegens kartelinbeuken.

Gepubliceerd op 22-03-2019

Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsinbreuken

Centraal in het nieuws staat geregeld de publieke handhaving van het mededingingsrecht door de Europese Commissie of nationale mededingingsautoriteiten. In het oog springen dan vooral de zogenaamde superboetes die aan bepaalde ondernemingen wegens mededingingsinbreuken worden opgelegd. Naast de publiekrechtelijke weg, kan de handhaving van het Europese of Belgische mededingingsrecht ook privaatrechtelijk voor burgerlijke rechtscolleges gebeuren via een (doorgaans buitencontractuele) schadevergoedingsvordering.

Om privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht te stimuleren, werd er ter omzetting van de Europese richtlijn nr. 2014/104/EU allerhande nieuwe rechtsregels met betrekking tot schadevergoedingsvorderingen in het Wetboek van economisch recht ingevoerd, waaronder ook specifieke verjaringsregels.

Drieluik inzake verjaring

Met betrekking tot de verjaring van buitencontractuele rechtsvorderingen tot schadevergoeding wegens kartelinbreuken, leert de bijdrage van Thijs Tanghe dat er op vandaag rekening moet gehouden worden met een complex samenspel tussen:

  1. de verjaringsregels van artikel 2262bis §1 lid 2 en 3 BW,
  2. het arrest van het Grondwettelijk Hof van 10 maart 2016, en
  3. de nieuwe verjaringsregels uit het Wetboek van economisch recht ter omzetting van de richtlijn nr. 2014/104/EU.

Stappenredenering en impact van hoofdelijke aansprakelijkheid

Met dat drieluik in gedachten wordt in de bijdrage een stappenredenering aangereikt om te bepalen of een buitencontractuele rechtsvordering tot schadevergoeding wegens een kartelinbreuk die een aanvang nam of plaatsvond vóór de inwerkingtreding van de nieuwe verjaringsregels uit het Wetboek van economisch recht (22 juni 2017), al dan niet reeds is verjaard. In de bijdrage wordt verder ook stilgestaan bij de impact die het hoofdelijk karakter van de aansprakelijkheid van kartelleden op de verjaring kan hebben.

Het opzet van de TPR-bijdrage is om de nodige houvast te bieden in een ingewikkelde materie waar er rekening is te houden met een samenspel tussen verschillende rechtsregels, en daarbovenop ook nog eens met rechtspraak van het Grondwettelijk Hof.

De auteur

Thijs Tanghe

Thijs Tanghe is advocaat te Brussel en postdoctoraal medewerker aan het Centrum voor Verbintenissenrecht van de Universiteit Gent.

  315