Schaderegeling in België

De vijfde actualisering van het boek 'Schaderegeling in België' gebeurde vanuit een kritisch standpunt, met het oog voor de noden vanuit de praktijk. Hilde Ulrichts brengt theorie en praktijk samen. Onopgeloste kwesties, keuzemoeilijkheden en suggesties voor de wetgevende macht komen aan bod. Dit boek is uitgegeven in de de reeks 'Recht & Praktijk'.

 

Gepubliceerd op 11-04-2018

Een uitnodiging tot interdisciplinair professionalisme

Zolang een indicatieve tabel vrijblijvend is, is er een belangrijke mate van onzekerheid en onvoorspelbaarheid voor de slachtoffers. De feitenrechters oordelen soeverein. In Wallonië worden doorgaans hogere dagbedragen toegekend dan deze gangbaar in de rechterlijke indicatieve tabellen.

Vraag rijst of een individualistische aanpak uit naam van een billijke vergoeding voor de rechtzoekende wel wenselijk is, gelet op de steeds groter wordende verschillen tussen beslissingen in verschillende gewesten. Het Belgisch vergoedingsrecht naar gemeen recht is nog steeds gewoonterecht, dat moeilijk blijf weet met een aantal facetten, gelet op de samenloop van gemeen en sociaal recht. Uitspraken van het Hof van Cassatie begeleiden dit vergoedingsrecht, maar in de rechtsleer komt geregeld aan bod dat de wetgever best dringend orde op zaken zou stellen. Heel wat Europese landen hebben al belangrijke wetgevende initiatieven genomen.

Het onderscheid tussen financieel tastbare schade of vermogensschade en niet financieel tastbare schade of immateriële schade wordt beklemtoond. Er wordt stilgestaan bij een verschillende benadering van beide categorieën. Immateriële schade is in feite de uitwas van 'een luxemaatschappij'. De verschillen in de toekenning van de bedragen illustreren dat de billijkheid van de ene rechter niet de billijkheid van de andere is. Ook de toenemende opsplitsing van diverse schadecomponenten maakt het systeem hopeloos ingewikkeld. Is het niet beter de invloeden van toenemende abstraheringen in het schadevergoedingsrecht te kanaliseren, eerder dan ze hun vrije gang te laten gaan?

Bij letsel gaat het om personenschade, om menselijk leed. Er zijn slachtoffers die het geluk hebben dat er een dader is en pechvogels die geen dader kunnen aanwijzen. In onze maatschappij loopt iedereen risico’s. Secundaire victimisatie van slachtoffers moet voorkomen worden. Jarenlange aansprakelijkheidsdiscussies en discussies over omvang van vergoedingsbedragen leiden tot extra leed en oplopende kosten, wat moet vermeden worden.

Het zou positief zijn dat Belgische politici actie ondernemen om te verhelpen aan de onmacht en de onzekerheid van slachtoffers van letselschade.

Wanneer bepaalde bedragen en parameters wettelijk of bij koninklijk besluit zouden vastliggen, moet er ontegensprekelijk minder geprocedeerd worden. We hebben dit al ervaren in de materie arbeidsongevallen, tot ieders voldoening.

De wetgevende macht beperkt zich tot hiertoe tot kleinschalige wetgevende ingrepen en stelt politieke ad-hocoplossingen. Verwacht wordt dat volksvertegenwoordigers richting geven aan de invulling van een rechtvaardige en een evenredige verdeling van kosten en baten van de verzekeraars enerzijds en een eerlijke schadevergoeding aan een slachtoffer anderzijds. Door nieuwe wetgeving hebben slachtoffers van medische ongevallen en van grote technologische rampen, tenminste als er vijf of meer slachtoffers zijn, nu meer rechten dan slachtoffers van gewone ongevallen. De technische evoluties qua mobiliteit noodzaken tot proactief denken. Elektrische fietsen, scootmobielen en binnenkort computergestuurde voertuigen kunnen slachtoffers veroorzaken. Zijn het al dan niet zwakke weggebruikers?

In hoeverre bestaat er voor de rechterlijke macht een bevoegdheid om over te gaan tot rechterlijke samenwerking in de vorm van richtlijnen? In het licht van het legaliteitsbeginsel is er geen wettelijke grondslag voor een themagroep die opgericht werd in de schoot van het Koninklijk Verbond van Vrede- en politierechters en de vereniging van magistraten van eerste aanleg en die het beleid bepalen bij de begroting van schade naar gemeen recht en de dagbedragen en bedragen voor kleinere ongeschiktheden verhogen. De voorbereidingen circuleren slechts intern, waarbij afspraken worden gemaakt die niet terug te vinden zijn in verslagen. De werkgroep geeft slechts aan hoe de schade mogelijk kan begroot worden.

Er werd in oktober 2017 een Commissie tot hervorming van het aansprakelijkheidsrecht opgericht. De vraag rijst of het schadevergoedingsrecht naar gemeen recht in al zijn facetten aan bod zal komen.

Het boek nodigt alleszins uit tot interdisciplinair professionalisme dat de techniek van de evaluatie van de lichamelijke schade, zowel de medische als de financiële alleen maar ten goede kan komen.

Indicatieve tabel en kapitalisatietafels

Het boek bevat de nieuwe rechterlijke indicatieve tabel inzake letselschade (2016) en de kapitalisatietafels Schryvers 2017.

Over de auteur

ulrichts-hilde

Hilde Ulrichts is juriste en oefent de functie uit van referendaris op het hof van beroep te Antwerpen. Voorheen was ze gedurende 12 jaar advocaat, waarna ze werkzaam was als kaderlid bij een verzekeraar en als verzekeringstussenpersoon. Ze is sinds 2010 auteur van de vorige edities van dit boek, voorheen was ze (mede)auteur met Jacques Schryvers. Ze is gekend van talrijke publicaties in juridische tijdschriften.

  121