Ongeschreven rechtsgrenzen

De reikwijdte van een rechtsregel stopt niet bij de letter van de rechtsregel. Het verbod van rechtsregelontduiking, het adagium fraus omnia corrumpit en het verbod van rechtsmisbruik verduidelijken de grenzen van het recht. In een tweedelige bijdrage licht Matthias Meirlaen deze drie ongeschreven rechtsgrenzen en hun onderlinge wisselwerking toe vanuit de rechtspraak. Zijn bijdrage verscheen in het Nieuw Juridisch Weekblad (NjW) nr. 379 en nr. 380 van 28 maart en 14 februari 2018. 

Gepubliceerd op 18-04-2018

meirlaen-matthias
Matthias Meirlaen
njw-379

Het verbod van rechtsregelontduiking, het adagium fraus omnia corrumpit en het verbod van rechtsmisbruik, verduidelijken de grenzen van het recht. De reikwijdte van een rechtsregel stopt niet bij de letter van de rechtsregel. Het subjectief recht dat uit een rechtsregel voortvloeit, mag niet op om het even welke wijze of in om het even welke omstandigheden worden uitgeoefend. Hoewel algemene rechtsbeginselen dermate evident zijn dat ze, op enkele wettelijke toepassingsgevallen na, zelfs ongeschreven zijn, bestaat er veel onduidelijkheid over hun draagwijdte. Vanuit de rechtspraak worden deze drie ongeschreven rechtsgrenzen en hun onderlinge wisselwerking toegelicht.

Verbod van rechtsregelontduiking

Het verbod van rechtsregelontduiking verbiedt dat een rechtsregel door een kunstgreep buitenspel wordt gezet. De toepassingsvoorwaarden, de rechtsgevolgen en de meerwaarde van de rechtsfiguur zijn evenwel betwist. De twistpunten en de raakvlakken met de verwante rechtsfiguren worden belicht om het verbod van rechtsregelontduiking af te bakenen.

De toepassing vereist dat

  • een rechtsregel een gebod of een verbod oplegt,
  • het rechtssubject een gedraging verricht om dit gebod of verbod te ontduiken en
  • de gecreëerde situatie soortgelijk is aan de situatie die de rechtsregel beoogt te regelen.

Het verbod van rechtsregelontduiking heeft tot gevolg dat de rechtsregel die het rechtssubject wil ontduiken, toepassing vindt.

Fraus omnia corrumpit

Fraus omnia corrumpit verbiedt dat een rechtsregel uitwerking verleent aan bedrog. De toepassing hangt niet af van de vraag of de bedrieger zich al dan niet met een bedrieglijk oogmerk onder de toepassingsvoorwaarden van de rechtsregel heeft geplaatst, maar wel van de verhouding waarin het rechtsbeginsel wordt ingeroepen. Alle rechtsgevolgen van het bedrog moeten worden geneutraliseerd.

Verbod van rechtsmisbruik

Het verbod van rechtsmisbruik verbiedt dat een subjectief recht wordt uitgeoefend op een wijze die kennelijk de grenzen overschrijdt van de uitoefening van dat recht door een bedachtzaam en voorzichtig persoon. Elk recht is vatbaar voor misbruik. De bijzondere criteria die het algemeen criterium van de manifeste grensoverschrijdende rechtsuitoefening illustreren, verschillen van jurist tot jurist. In het voorontwerp van Boek VI “De verbintenissen” van het nieuw Burgerlijk Wetboek worden alvast vijf typegevallen van rechtsmisbruik verankerd. De sanctie op rechtsmisbruik bestaat in het matigen (beperken of ontzeggen) van de rechtsuitoefening of het herstel van de schade die door het misbruik is veroorzaakt.

Hoewel de onderlinge grens tussen het verbod van rechtsregelontduiking, het adagium fraus omnia corrumpit en het verbod van rechtsmisbruik niet altijd even duidelijk is, verduidelijken zij in elk geval dat niet alles wat binnen de geschreven rechtsgrenzen blijft, toegelaten is.

  489