Onderscheid tussen intrinsiek (of structureel) gebrek en functioneel gebrek

Een intrinsiek of structureel gebrek is een gebrek dat het normale gebruik waarvoor het vastgoed is bestemd aantast.

Gepubliceerd op 05-04-2019

Met normaal gebruik van het vastgoed bedoelen we het gebruik dat door iedereen beoogd wordt en dat afhangt van de door iedereen erkende kenmerken van het vastgoed. In dit geval wordt rekening gehouden met de pathologische toestand die inherent is aan het betreffende gebouw (bv. een scheur die op het eerste gezicht niet zichtbaar is en die leidt tot het instorten van een schoorsteen).

intrinsiek-functioneel_artikel3

De vrijwaring voor verborgen gebreken kan in principe niet van toepassing zijn wanneer het gebrek met betrekking tot het goed het specifieke gebruik dat de koper van het goed wenst te maken, belemmert.

Het Hof van Cassatie heeft echter, door het begrip functioneel gebrek te erkennen, aanvaard dat het gebrek dat van invloed is op het specifieke gebruik waarvoor de koper het gebouw wil gebruiken, in voorkomend geval kan leiden tot de toepassing van de vrijwaring voor verborgen gebreken, op voorwaarde dat dit gebruik in de overeenkomst werd opgenomen.

De vraag is of de verkoper vóór de verkoop op de hoogte was van het specifieke gebruik waartoe de koper het onroerend goed had bestemd? Dit heeft tot gevolg dat de rechter het voornemen van de partijen moet onderzoeken, wat niet altijd gemakkelijk is.

Auteur: Pierre-François van den Driesche

van-den-driesche

Pierre-François van den Driesche is voornamelijk werkzaam op het gebied van handels- en vennootschapsrecht en zowel burgerlijk- als handelsverbintenissenrecht, dat hij ook doceert, en in het bijzonder op het gebied van vastgoed- en bouwrecht.

Hij is sinds 2004 advocaat, nadat hij als onderzoeker aan het Europacollege en als bedrijfsjurist werkte. 

Sinds 2008 oefent hij parallel ook een academische activiteit uit als gastonderzoeker economisch recht aan de Université Libre de Bruxelles (ULB) en als docent, eerst in handelsrecht aan EPHEC van 2012 tot 2016 en, sinds 2017, in vennootschapsrecht aan de Universiteit van Bergen (UMons), nadat hij er van 2006 tot 2012 de praktische werkzaamheden inzake bijzonder contractenrecht had begeleid.

Hij behaalde zijn diploma rechten aan de Université Catholique de Louvain (UCL) en een specialisatie in Europees recht aan de Université Libre de Bruxelles (ULB). Hij studeerde ook in de Verenigde Staten en in Mexico.

Pierre-François van den Driesche is vennoot-oprichter van het kantoor OAK.

  137