Nieuw huwelijksvermogensrecht

Een wet van 22 juli 2018 wijzigt het huwelijksvermogensrecht vanaf 1 september 2018. Hélène Casman bespreekt wat er nieuw is. Haar bijdrage verscheen op 7 november 2018 in aflevering 390 van het Nieuw Juridisch Weekblad (NjW).

Gepubliceerd op 07-11-2018

casman-hélène-2
Hélène Casman

De wet van 22 juli 2018 die het huwelijksvermogensrecht hervormt, is op 1 september 2018 in werking getreden.

Wat verandert er?

Echtgenoten kiezen nog steeds vrij hun huwelijksstelsel. Dat kan een gemeenschap of een scheiding van goederen zijn. En daar kunnen ze in hun huwelijkscontract nog allerlei bijkomende bedingen aan toevoegen.

Bijvoorbeeld een Valkeniersbeding. Daarmee kunnen echtgenoten het erfrecht van de langstlevende vooraf in het huwelijkscontract regelen. Voorwaarde is dat minstens één de echtgenoten reeds kinderen heeft. Nieuw is dat een echtgenoot nu ook kan verzaken aan het vruchtgebruik van de gezinswoning. Dat was vroeger niet toegelaten, nu wel.

Nieuw in een gemeenschap

Wie geen huwelijkscontract maakt trouwt onder het ‘wettelijk stelsel’. Dat is een stelsel van gemeenschap van aanwinsten. Alle beroepsinkomsten komen dan in die gemeenschap terecht. Dat is niet nieuw. Nieuw zijn wel de regels die de professionele autonomie van elke echtgenoot versterken. Over zijn professionele uitrusting, zijn cliënteel en de aandelen van zijn professionele vennootschap moet elke echtgenoot baas zijn. De gemeenschap heeft echter recht op de waarde daarvan. Men zal rekening houden met de waarde op het tijdstip waarop de gemeenschap ophoudt.

Een echtgenoot kan zijn beroep ook uitoefenen binnen een vennootschap die hem eigen is. Bijvoorbeeld omdat hij die vennootschap opgericht heeft voor zijn huwelijk, of met geld dat hij geërfd heeft. Die echtgenoot zou geneigd kunnen zijn van die eigen vennootschap een spaarpot te maken. Hij laat zich slechts een beperkt loon uitkeren, en de rest houdt hij in de vennootschap. Het komt niet in de gemeenschap terecht. Voortaan kan dit niet meer zomaar. De echtgenoot die zoiets doet moet de gemeenschap vergoeden voor het verlies van netto-inkomsten waar ze redelijkerwijze recht op had.

Voor levensverzekeringen voert de Huwelijksvermogenswet ook nieuwe regels in. Maar enkel voor individuele levensverzekeringen. Dient een levensverzekeringscontract als spaarpot, dan komt die spaarpot ook aan de gemeenschap toe. Anders is het voor groepsverzekeringen. Een groepsverzekering is immers geen spaarpot, maar een pensioenregeling.

Nieuw bij scheiding van goederen

Wie liever geen gemeenschap wil, kan kiezen voor een scheiding van goederen. De notaris wordt nu wettelijk verplicht heel goed uit te leggen wat de voor- en nadelen daarvan zijn. Hij moet ook informeren over de mogelijkheid van een verrekening van aanwinsten. Met zo’n beding blijft de scheiding van goederen bestaan, maar wordt op het einde van het huwelijk de spaarpot toch verrekend.

De echtgenoten die kiezen voor scheiding van goederen, moeten ook kiezen voor of tegen een billijkheidscorrectie. Als ze kiezen voor de billijkheidscorrectie zal de rechter bij echtscheiding een compensatie kunnen toekennen voor de echtgenoot die onverwacht en onvoorzien te veel te lijden heeft van de zuivere scheiding van goederen.

 

De auteur

Hélène Casman is professor emeritus aan de VUB en de ULB, professor aan de UGent, erenotaris en wetenschappelijk adviseur bij Greenille by Laga.

 

 

  619