Nietigverklaring schijnhuwelijk na echtscheiding

Erik De BockNaar aanleiding van een cassatiearrest belicht Erik De Bock de nietigheidsleer in het algemeen en onderzoekt hij waarom een huwelijk na echtscheiding toch nog kan worden nietig verklaard. Zijn bijdrage verscheen in aflevering 356 van het Nieuw Juridisch Weekblad (NjW) van 15 februari 2017. Hierna vindt u een samenvatting van deze bijdrage.

In een cassatiearrest van 11 januari 2016 maakt het Hof van Cassatie een einde aan de controverse inzake de mogelijkheid om de nietigverklaring van een schijnhuwelijk te vorderen nadat het huwelijk reeds werd ontbonden door echtscheiding. Het Hof bevestigt ook de distributieve werking van het door artikel 46 WIPR aangewezen recht en bij uitbreiding ook deze van artikel 146bis BW.

Het Hof van Cassatie bevestigt in het hier besproken arrest impliciet maar zeker dat het schijnhuwelijk een absolute nietigheidsgrond is. Een dergelijke nietigheidsgrond raakt de openbare orde en is niet vatbaar voor bevestiging. Sterker nog, de regels die het schijnhuwelijk bestraffen, raken de internationale openbare orde. Dit impliceert dat het door het Belgisch internationaal privaatrecht aangewezen recht opzij kan worden geschoven ten voordele van het Belgisch recht wanneer blijkt dat het buitenlands huwelijk of het voorgenomen Belgisch huwelijk er niet op gericht is een duurzame levensgemeenschap tot stand te brengen.

Voorts beslist het Hof van Cassatie in het besproken arrest van 11 januari 2016 dat de rechter die uitspraak moet doen over een vordering tot nietigverklaring van een huwelijk en vaststelt dat één van de echtgenoten niet voldoet aan de geldigheidsvereisten van het huwelijk volgens zijn nationale wet niet meer moet onderzoeken of aan de nationale geldigheidsvereisten van het huwelijk in hoofde van de andere echtgenoot is voldaan. Artikel 46 WIPR heeft met andere woorden een distributieve werking. Achterliggende gedachte blijft dat men uit fraude geen voordeel kan putten.

Uit het absoluut karakter van de nietigheidsgrond van artikel 146bis BW volgt dat het openbaar ministerie de bevoegdheid / de verplichting heeft om schijnhuwelijken nietig te laten verklaren door hetzij de familierechtbank, hetzij de correctionele rechtbank. Het openbaar ministerie wordt in deze bevoegdheid beperkt door artikel 190 BW. Dit artikel heeft een beperkte draagwijdte. Het belet enkel het openbaar ministerie om een huwelijk te laten nietig verklaren als één van de echtgenoten overleed. Een eerder uitgesproken echtscheiding vormt volgens de meerderheid van rechtspraak en rechtsleer daarentegen geen beletsel voor een vordering tot nietigverklaring. Het Hof onderschrijft de argumenten die voor deze regel worden aangevoerd door de rechtspraak en rechtsleer namelijk dat de echtscheiding en de nietigverklaring onderscheiden rechtsfiguren zijn met onderscheiden rechtsgevolgen. Daar waar de echtscheiding enkel voor de toekomst rechtsgevolgen sorteert, werkt de nietigverklaring terug tot op het ogenblik van de huwelijkssluiting en wist zij alle rechtsgevolgen van dit huwelijk uit. Het Hof van Cassatie onderschrijft in het hier besproken arrest deze zienswijze.

De regel dat het huwelijk ook na echtscheiding nog nietig verklaard kan worden vindt ook steun in het algemeen rechtsbeginsel fraus omnia corrumpit. De nietigverklaring van het schijnhuwelijk is de manier bij uitstek om alle gevolgen van het frauduleus huwelijk uit te schakelen. Immers, uit zijn bedrog mag diegene die fraude pleegt geen rechten putten.

Het Cassatiearrest van 11 januari 2016 verdient goedkeuring doordat het een einde maakt aan een controverse in rechtspraak en rechtsleer. Het bevestigt dat artikel 146bis BW de internationale openbare orde van België raakt en om die reden distributief moet worden toegepast. Voorts bevestigt het Hof van Cassatie dat een schijnhuwelijk ook na echtscheiding nietig kan worden verklaard. De nietigheid van het schijnhuwelijk maakt immers op volledige wijze een einde aan de door het schijnhuwelijk in het leven geroepen toestand die strijdig is met de openbare orde.



De auteur is substituut-procureur des Konings te Antwerpen.

Bron: Erik DE BOCK, “Nietigverklaring schijnhuwelijk na echtscheiding”, NjW 2017, afl. 356, 90-98.

De volledige tekst vindt u in het Nieuw Juridisch Weekblad (NjW). Klik hier voor meer informatie over het Nieuw Juridisch Weekblad (NjW), alsook voor de abonnementsvoorwaarden.

NjW kan ook gelezen worden op smartphone en tablet. Wie al een abonnement heeft op de papieren versie geniet van een voordeeltarief. Klik hier voor meer informatie over NjW mobiel.

>>> Als u nu een jaarabonnement neemt op NjW ontvangt u gratis het volledige artikel van Erik De Bock in pdf-formaat. Zend hiervoor een e-mail met vermelding van alle vereiste contactgegevens voor de levering en facturatie van uw abonnement naar: njw@wolterskluwer.be.

De website van NjW: www.e-njw.be

Op Jura vindt u meer rechtsleer over schijnhuwelijken.


Gepubliceerd op 15-02-2017

  625