Nietigheid op maat

Frederik PEERAERFrederik Peeraer onderzocht voor het Tijdschrift voor Privaatrecht (TPR, nr. 2016/1) proportionaliteit en werkzaamheid bij partiële nietigheid, reductie en conversie. Dankzij deze 3 rechtsfiguren hoeft nietigheid geen hakbijl te zijn en kan men soms toch nog bepaalde gevolgen overeind houden. Hierna vindt u een samenvatting van deze bijdrage.

Lees het volledige artikel op Jura.

Het gebeurt regelmatig dat een rechtshandeling niet in overeenstemming is met alle geldende normen. Vaak leidt dat ertoe dat die handeling ‘nietig’ is, waardoor zij geen uitwerking krijgt. Toch is het in vele gevallen opportuun om dat drastische resultaat te temperen. In het verleden zijn daarom drie rechtsfiguren ontwikkeld, namelijk partiële nietigheid, matiging en conversie. Dankzij hen hoeft nietigheid geen hakbijl te zijn en kan men soms toch nog bepaalde gevolgen overeind houden.

Er bestaat echter heel wat onzekerheid en discussie over het inperken van de nietigheid. In welke omstandigheden kan dat gebeuren? Waarom net in die omstandigheden, en niet in andere? Twee recente arresten van het Hof van Cassatie werpen die vragen op, maar beantwoorden hen niet. Deze bijdrage gaat op zoek naar de beginselen die ten grondslag liggen aan die controverse, om zo die vragen te beantwoorden. Daarbij wordt het Belgische recht vergeleken met het Duitse recht, maar ook het Nederlandse, Spaanse en Italiaanse recht komen aan bod.

Een vergeten vraag

Het idee dat nietigheid ‘op maat’ moet worden gemaakt, wordt algemeen aanvaard. Vele auteurs schrijven dan ook over manieren en rechtsfiguren die ervoor moeten zorgen dat zij binnen de perken blijft. De eerste en meest essentiële vraag wordt daarbij echter nagenoeg steeds uit het oog verloren. Moet de overtreding van een rechtsregel wel tot nietigheid leiden? Aan de hand van het proportionaliteitsbeginsel kan men nagaan in welke situatie dat inderdaad het geval is. Vaak zal nietigheid niet doeltreffend of noodzakelijk zijn, of zal zij onevenredige nadelen met zich meebrengen. In dat geval is er voor nietigheid geen plaats.

Drie figuren, één beginsel

Is de nietigverklaring wel een gepaste reactie, dan gebruikt men traditioneel de partiële nietigheid, de matiging of de conversie om te bepalen hoe ver zij moet gaan. De conversie is echter niet unaniem aanvaard en de concrete toepassingscriteria van de drie figuren zijn betwist. Deze bijdrage argumenteert dat ze alle drie aanvaard moeten worden, dezelfde criteria hanteren en uiteindelijk slechts specifieke uitingen zijn van het werkzaamheidsbeginsel.

Schema

Op het einde van de bijdrage worden de twee beginselen in een schema gegoten, zodat de voorgestelde benadering ook bruikbaar is in de praktijk. De concrete toepassing van dat schema wordt toegelicht aan de hand van de twee recente arresten van het Hof van Cassatie over overmatige concurrentiebedingen.

Vandaag worden er verschillende rechtsfiguren gebruikt om nietigheid binnen de perken te houden. Onder de partiële nietigheid, matiging en conversie schuilen echter twee beginselen – het proportionaliteits- en het werkzaamheidsbeginsel – die beter kunnen verklaren waarom en in welke omstandigheden een ongeldige rechtshandeling toch nog uitwerking kan krijgen.




Bron: Frederik PEERAER, "Nietigheid op maat: proportionaliteit en werkzaamheid bij partiële nietigheid, reductie en conversie", TPR 2016, afl. 1, 179-247.

Het Tijdschrift voor Privaatrecht is ook beschikbaar als online databank. Klik hier voor TPR Online.

U kunt de tekst van Frederik Peeraer integraal lezen in elektronische vorm via Jura.

Op Jura vindt u meer rechtsleer over nietigheid.


Gepubliceerd op 23-11-2016

  261